Ingezetenencriterium

Het Josémans-arrest (2010)

De uitspraak van het Hof van Justitie die het juridische fundament legde voor het I-criterium.

Onderdeel van: Ingezetenencriterium (I-criterium)

De uitspraak van het Hof van Justitie die het juridische fundament legde voor het I-criterium.

Waar de zaak over ging

Marc Josémans, exploitant van coffeeshop Easy Going in Maastricht, verzette zich tegen het Maastrichtse besloten-clubmodel dat niet-ingezetenen de toegang ontzegde. Zijn argument: het weigeren van bezoekers uit andere EU-lidstaten is in strijd met het vrije verkeer van diensten en goederen en met het verbod op discriminatie naar nationaliteit.

Wat het Hof zei

In het arrest Josémans (HvJ EU 16 december 2010, C-137/09) oordeelde het Hof van Justitie van de Europese Unie dat een coffeeshophouder zich voor de verkoop van cannabis niet op het vrije verkeer kan beroepen: verhandeling van verdovende middelen valt buiten de bescherming van het EU-recht. Voor het legale deel van de omzet — de horeca-activiteit, zoals de verkoop van dranken en etenswaren — kan het vrije dienstenverkeer wel spelen, maar een beperking daarvan is gerechtvaardigd.

De rechtvaardiging is de bestrijding van drugstoerisme en de daarmee gepaard gaande overlast. Dat is volgens het Hof een legitiem doel van openbare orde en volksgezondheid, en het ingezetenencriterium is daarvoor een geschikt en proportioneel middel.

Waarom dit ertoe doet

Met deze uitspraak kreeg het I-criterium een stevige Europese juridische basis. Gemeenten en het OM konden vanaf dat moment toeristen weigeren zonder dat dit als ongeoorloofde discriminatie kwalificeerde — mits het criterium consistent en evenredig werd toegepast. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft die lijn in latere procedures over gemeentelijk beleid gevolgd.

Belangrijk: het arrest zegt dat een gemeente het criterium mag toepassen. Het verplicht nergens tot handhaving. Die ruimte verklaart het huidige verschil tussen gemeenten.