Onderdeel van: Ingezetenencriterium (I-criterium)
Wie controleert, hoe wordt vastgesteld of iemand ingezetene is, en welke sancties volgen bij overtreding.
Twee sporen: strafrecht en bestuursrecht
Het I-criterium leeft in twee juridische sporen. Strafrechtelijk is het een gedoogvoorwaarde: wie eraan voldoet, wordt niet vervolgd voor de verkoop van softdrugs. Wie het schendt, verliest die bescherming en kan door het OM worden vervolgd op grond van de Opiumwet.
Bestuursrechtelijk werkt het via het gemeentelijke coffeeshopbeleid en het handhavingsarrangement. De burgemeester kan optreden met een waarschuwing, een last onder dwangsom, tijdelijke sluiting of — uiterst middel — intrekking van de gedoogverklaring. Voor drugspanden bestaat daarnaast de sluitingsbevoegdheid van artikel 13b Opiumwet.
Hoe wordt ingezetenschap vastgesteld?
In handhavende gemeenten controleert de coffeeshop bij de deur op een geldig identiteitsdocument, in combinatie met een adres- of inschrijvingsbewijs. Denk aan een uittreksel BRP, een recente adresbevestiging of een document met woonadres. Coffeeshops mogen geen eigen ledenadministratie met persoonsgegevens aanleggen — dat was juist de reden dat het besloten-clubcriterium sneuvelde.
De controle zelf wordt uitgevoerd door de ondernemer; het toezicht daarop door gemeentelijke toezichthouders en politie, doorgaans met controlebezoeken en mystery-guest-inzet.
Trapsgewijze sancties
De meeste handhavingsarrangementen werken met een stappenplan: eerste constatering een waarschuwing of korte sluiting, herhaling een langere sluiting, en bij structurele overtreding intrekking. Omdat een coffeeshop geen vergunning maar een gedoogverklaring heeft, is de rechtsbescherming bij intrekking anders — en vaak beperkter — dan bij reguliere horeca. Zie ook ons dossier over schaarse vergunningen.

