Ingezetenencriterium

Grensregio & drugstoerisme

Waarom de discussie in Limburg, Brabant en Zeeland anders loopt dan in de Randstad — en wat straathandel daarmee te maken heeft.

Onderdeel van: Ingezetenencriterium (I-criterium)

Waarom de discussie in Limburg, Brabant en Zeeland anders loopt dan in de Randstad — en wat straathandel daarmee te maken heeft.

Waarom het zuiden anders is

Het I-criterium is ontstaan als antwoord op een concreet probleem in de grensregio: dagelijkse stromen bezoekers uit België, Duitsland en Frankrijk naar een beperkt aantal binnensteden. De overlast zat niet zozeer in de aankoop zelf, maar in het verkeer, het parkeren, de doorverkoop en de runners die klanten onderscheppen.

Voor gemeenten als Maastricht en Venlo ging het om tienduizenden bezoekers per week op een schaal die het stadscentrum niet aankon. In een stad als Groningen of Zwolle bestaat dat probleem niet, en daarmee ontbreekt ook de aanleiding voor handhaving.

Het verplaatsingseffect

Waar de deur sluit, verdwijnt de vraag niet automatisch. Evaluaties in de grenssteden laten drie verschuivingen zien:

  • Naar de straat. Illegale verkooppunten en drugsrunners nemen een deel van de vraag over, met bijkomende risico's: geen leeftijdscontrole, geen productinformatie en wél aanbod van harddrugs.
  • Naar andere gemeenten. Bezoekers rijden door naar een gemeente die niet handhaaft, waarmee de overlast zich verplaatst in plaats van vermindert.
  • Naar de eigen markt. In België en Duitsland groeit de lokale illegale handel, buiten elk Nederlands zicht en toezicht.

De Duitse factor

Sinds de gedeeltelijke legalisering van cannabis in Duitsland is het beeld in de oostelijke grensstrook aan het schuiven: het Duitse aanbod via cannabisclubs vermindert de noodzaak om de grens over te gaan. Dat verandert de rekensom onder het I-criterium — de overlastdruk die de maatregel moet oplossen, neemt op sommige plekken vanzelf af.