Schaarse vergunningen

Toepassing op coffeeshops

Waarom gemeenten hun gedoogbeleid moeten herzien als het aantal vergunningen beperkt is.

Onderdeel van: Schaarse vergunningen

Feitelijke schaarste ≠ schaarse vergunning

Het cruciale onderscheid: een coffeeshop heeft geen vergunning in de zin van de Dienstenrichtlijn (zaak Roermond, ECLI:NL:RVS:2023:3482; zaak Apeldoorn, ECLI:NL:RVS:2023:3431). Een gedoogverklaring is geen vergunning, omdat geen vergunning kan worden verleend voor handelingen met een product dat bij wet verboden is. Een door de gemeente gehanteerd maximum leidt daarom hooguit tot feitelijke (beleidsmatige) schaarste — niet tot een schaars publiek recht in de zin van het Unierecht.

Dit standpunt is bevestigd door het Ministerie van Justitie en Veiligheid (brief 14 oktober 2021, kenmerk 3010883) en door de VNG in de Handreiking Schaarse Vergunningen (2024, par. 4.5). De VNG schrijft expliciet dat de gedoogverklaring "waarschijnlijk niet onder de Dienstenrichtlijn of het Werkingsverdrag valt" en dat het gemeentelijk maximum uitsluitend tot beleidsmatige schaarste leidt.

Bezwaar en beroep ≠ gelijkstelling met vergunning

Sinds ABRvS 13 september 2023 (Apeldoorn) staat bezwaar en beroep open tegen het afgeven, weigeren of intrekken van een gedoogverklaring. Sommige gemeenten lezen daarin dat een gedoogverklaring "gelijkstaat" aan een vergunning. Dat is onjuist: de Afdeling herstelt enkel een lacune in rechtsbescherming. De juridische aard verandert niet — een gedoogverklaring blijft een besluit tot niet-handhaven, geen vergunning, en zeker geen vergunning in de zin van de Dienstenrichtlijn.

Didam: gelijke kansen, géén Dienstenrichtlijn-regime

Het Didam-arrest verplicht overheden tot transparantie en gelijke kansen bij het uitgeven van een schaars publiek recht: vooraf bekendmaken, objectieve criteria, gelijke toegang. Maar Didam verplicht niet tot periodieke openstelling, bepaalt niets over vergunningsduur, en activeert geen Dienstenrichtlijn-regime. Bij feitelijke schaarste mogen gemeenten zelf kiezen hoe zij toetreding inrichten — zoals Apeldoorn correct heeft gedaan: beperkte looptijd, géén periodieke verdeling, wél transparantie wanneer een plek vrijkomt.

Een maximumstelsel mag nooit willekeurig zijn

Of het nu gaat om feitelijke schaarste of om een schaarse vergunning: artikel 3:4 Awb geldt altijd. De gemeente moet objectief motiveren:

  • welk concreet probleem zich voordoet;
  • waarom dat probleem wordt veroorzaakt door méér aanbieders;
  • waarom maximering noodzakelijk en geschikt is;
  • waarom minder ingrijpende maatregelen onvoldoende zijn;
  • en waarom juist het gekozen aantal proportioneel is.

Vaste rechtspraak bevestigt dit (ABRvS 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2927; ABRvS 19 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1946 — standplaatsen). Een plafond zonder feitenonderzoek, probleemstelling, alternatievenafweging of evenredigheidstoets is willekeurig en wordt vrijwel standaard door de rechter vernietigd. In de praktijk schieten gemeenten juist op deze punten tekort: plafonds worden vaak "historisch gegroeid" of met "één is genoeg" gemotiveerd, terwijl coffeeshops wél worden geconfronteerd met beperkte looptijden, dreigende herverdeling en een strenger sanctieregime dan de reguliere horeca.

Niet de vergunningsduur, maar de bevoegdheid van de burgemeester is ingeperkt

De rechtspraak van de Afdeling sinds september 2023 wordt vaak gelezen als een verplichting tot tijdelijke gedoogverklaringen. Dat is een misvatting. Wat de Afdeling in werkelijkheid heeft ingeperkt is de discretionaire bevoegdheid van de burgemeester om een maximum te hanteren: een plafond mag niet langer enkel rusten op een bestuurlijk gewenst aantal, maar moet objectief en toetsbaar worden onderbouwd. De gevolgen van een maximumstelsel — feitelijke schaarste en zware motiveringseisen — vloeien voort uit die beleidskeuze, niet uit de Dienstenrichtlijn.

Ook buiten het Unierecht moet een maximumstelsel worden gerechtvaardigd aan de hand van het evenredigheidsbeginsel: geschiktheid, noodzakelijkheid en evenwichtigheid (vgl. conclusie A-G Widdershoven 6 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1847).

Als een gemeente coffeeshops tóch als schaarse vergunning aanmerkt

Volgens de VNG-handreiking (par. 3.3) is dat een gesloten stelsel: de gemeente moet dan het volledige régime van artikel 12 Dienstenrichtlijn integraal toepassen — vooraf bekendgemaakte, objectieve, toetsbare en non-discriminatoire criteria, een volledig transparante selectieprocedure, geen onbepaalde tijd, en een vergunningsduur die economisch herleidbaar is tot de terugverdientijd van investeringen. Een gemeente kan dus niet kiezen welke onderdelen zij toepast.

Regie zonder schaarste: normstelling via het omgevingsplan

Wil een gemeente regie houden op locatie, spreiding en voorwaarden, dan biedt het omgevingsplan een alternatief dat géén feitelijke schaarste creëert. Door planologisch te normeren — in plaats van te maximeren — blijven bestaande exploitanten in hun positie, vervalt de noodzaak van steeds zwaardere motivering van een plafond, en wordt vestiging en exploitatie in een transparant en handhaafbaar kader gereguleerd. Kortom: bezin voordat u begint — wie regie wil houden kan dat ook zonder schaarste.