Schaarse vergunningen

Rechtspraak & jurisprudentie

De lijn van de Raad van State sinds Speelautomatenhal Vlaardingen en de doorwerking op coffeeshops.

Onderdeel van: Schaarse vergunningen

Speelautomatenhal Vlaardingen (2016)

Met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 november 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2927) — bekend als de Speelautomatenhal-zaak — is voor de Nederlandse rechtspraktijk vastgelegd dat de overheid bij schaarse vergunningen een eerlijke kans moet bieden, zorgvuldig moet motiveren en transparant moet communiceren over de procedure. Die lijn geldt echter alléén voor échte schaarse rechten — niet automatisch voor coffeeshops.

Raad van State 30 april 2025 — Heerlen (ECLI:NL:RVS:2025:1925)

In deze zaak had de burgemeester van Heerlen de looptijd van een geïmpliceerde gedoogverklaring beperkt tot 10 jaar. De Afdeling oordeelde dat dit onder de gegeven omstandigheden evenredig was. De uitspraak is door Meester Advocaten in opdracht van de BCD geanalyseerd (legal opinion 15 augustus 2025). Daaruit volgen deze uitgangspunten:

  • De Dienstenrichtlijn is niet van toepassing op een gedoogverklaring voor een coffeeshop — de handel in en verkoop van cannabis vallen buiten de Europese verkeersvrijheden (vgl. HvJEU, Josemans, C-137/09).
  • De Afdeling heeft niet geoordeeld dat een gedoogverklaring gelijk te stellen is met een "recht", en dus ook niet dat een gedoogverklaring per definitie een schaars recht zou zijn.
  • Er bestaat geen verplichting voor burgemeesters om gedoogverklaringen na afloop via een openbare selectieprocedure te verdelen.
  • Wél geldt: zodra een gemeente het aantal gedoogverklaringen maximeert, worden zij feitelijk schaars — en moeten zij daarom een beperkte looptijd hebben.
  • De looptijd van 10 jaar in Heerlen is geen vaste norm. De Afdeling oordeelde slechts evenredig onder de gegeven omstandigheden; bij goed onderbouwde bedrijfseconomische argumenten (terugverdientijd van investeringen, langlopende verplichtingen) is een langere looptijd verdedigbaar.
  • Bij toetsing aan het evenredigheidsbeginsel (art. 3:4 Awb) moet de exploitant concreet onderbouwen welke gevolgen onevenredig zijn — bijvoorbeeld via verklaringen van accountant of boekhouder en inzicht in kosten en langlopende verplichtingen.

Rechtbank Midden-Nederland 12 december 2025 (ECLI:NL:RBMNE:2025:7604)

Recent bevestigd: een gedoogverklaring kan niet worden beschouwd als een "schaars publiek recht" in de zin van het Unierecht. Dat bevestigt het uitgangspunt dat eventuele schaarste bij coffeeshops voortvloeit uit een gemeentelijke beleidskeuze — niet uit een Europeesrechtelijke verplichting.