Onderdeel van: Coffeeshops en betalingsverkeer
Het gedoogbeleid als startpunt
Het Nederlandse coffeeshopbeleid bestaat al ruim 45 jaar. De voordeur — de verkoop van softdrugs in coffeeshops — wordt onder strikte voorwaarden gedoogd, neergelegd in de Aanwijzing Opiumwet en de AHOJGI-criteria. De achterdeur — de inkoop bij telers — is nooit geregeld. Producenten kunnen geen factuur uitschrijven en niet via een bankrekening betaald worden. Dat dwingt coffeeshopondernemers tot betalingen in contant geld.
Een dalende, maar onmisbare contante stroom
Maatschappelijk daalt het gebruik van contant geld al jaren. Volgens cijfers van DNB en de Betaalvereniging Nederland is het aandeel contante kassabetalingen gedaald van circa 60% acht jaar geleden naar ruim 20% in 2020. Aan de balie van banken wordt nauwelijks nog contant geld opgenomen en het aantal geldautomaten neemt af.
Voor coffeeshops loopt deze trend tegen de bedrijfsvoering aan: zonder contant geld kan de inkoop niet plaatsvinden. De combinatie van afnemende cash-infrastructuur en de noodzaak tot contante inkoop creëert het structurele knelpunt waar dit hele dossier om draait.
Waarom dit méér is dan een operationeel probleem
Het knelpunt raakt niet alleen de bedrijfsvoering, maar ook de openbare orde en volksgezondheid. Wanneer reguliere coffeeshops hun deuren moeten sluiten omdat zij hun kasgeldverkeer niet kunnen rondbreien, verschuift de verkoop naar de straathandel — waar geen scheiding bestaat tussen soft- en harddrugs en geen sprake is van leeftijdsgrenzen, kwaliteitscontrole of belastingafdracht.

