Achtergrond · 20 januari 2026 · Wet Bibob en coffeeshops
Integriteitstoetsing hoort bij een gedoogde branche. De BCD is niet tegen Bibob — wij zijn tegen een toets zonder termijnen, zonder inzicht en zonder werkbare rechtsbescherming.
Voor een ondernemer betekent een Bibob-procedure vaak maanden onzekerheid over de vraag of de onderneming kan blijven bestaan, op basis van informatie die hij niet volledig kan zien.
Chronologie
Wettelijk kader
De Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur geeft bestuursorganen de mogelijkheid om integriteit te toetsen en advies te vragen aan het Landelijk Bureau Bibob.
Toepassing bij coffeeshops
Bij aanvraag, verlenging en overname van een gedoogverklaring wordt de toets standaard ingezet. Ook binnen het experiment gesloten coffeeshopketen geldt een Bibob-toets, zowel voor exploitanten als voor de aangewezen telers.
Praktijkknelpunten
Lange doorlooptijden, beperkte inzage in het advies en een zware bewijslast bij zakelijke relaties uit het verleden maken de procedure ingrijpend, ook zonder dat er een verwijt wordt bewezen.
Rechtspraak en juridisch kader
Wet Bibob
Wettelijk kader integriteitsbeoordeling
De wet geeft een bevoegdheid, geen automatisme. Het bestuursorgaan blijft verantwoordelijk voor een eigen, gemotiveerde afweging.
Landelijk Bureau Bibob
Advisering en procedure
Het bureau adviseert; het besluit blijft bij het bestuursorgaan. Dat onderscheid is bepalend voor de rechtsbescherming.
Wat een zorgvuldige toets vraagt
Een integriteitstoets die het vertrouwen in de branche moet versterken, moet zelf ook toetsbaar zijn: heldere criteria, redelijke termijnen en inzage die bezwaar mogelijk maakt.
In het experiment is te zien dat strenge integriteitseisen met transparante criteria kunnen werken. Dat is een bruikbaar model voor het reguliere beleid.
- Heldere criteria en een gemotiveerd besluit
- Redelijke en gehandhaafde termijnen
- Inzage die bezwaar en beroep werkelijk mogelijk maakt
Onze conclusie
Onze conclusie is dat Bibob bij coffeeshops beter kan: niet minder streng, maar wel zorgvuldiger.
De verantwoordelijkheid voor de afweging ligt bij het bestuursorgaan, niet bij het advies. Wie dat serieus neemt, motiveert het besluit zelf en houdt de procedure binnen een redelijke termijn.

