Onderdeel van: Experiment gesloten coffeeshopketen
Wat in de praktijk knelt: assortiment, schaalbaarheid, prijs en de relatie met het gedoogde deel.
Assortiment en consumentenvoorkeur
Het assortiment binnen het experiment is in de praktijk smaller dan wat klanten gewend zijn. Coffeeshops moeten voorkomen dat klanten de stap naar de straathandel maken omdat zij hun favoriete variëteit niet meer kunnen krijgen.
Beschikbaarheid van hasj
De productie van gereguleerde hasj kwam later op gang dan die van hennep. Daarom gold tot 1 september 2025 een tijdelijke uitzondering waarbinnen ook ongereguleerde hasj nog mocht worden verkocht. Het echte risico is dat een te smal hasj-assortiment alsnog klanten richting de illegale markt duwt.
Prijs en marges
Gereguleerde productie brengt hogere kostprijzen mee dan de huidige achterdeur. Zonder werkbare marges komt de bedrijfscontinuïteit van coffeeshops onder druk; tegelijk mag de prijs aan de voordeur niet dusdanig stijgen dat de illegale markt aantrekkelijker wordt.
Schaalbaarheid van de teelt
De aanvoer is in het eerste experimentjaar gegroeid, maar de keten blijft kwetsbaar voor verstoringen: oogstuitval, kwaliteitsproblemen of uitval van één teler raken direct het aanbod in de winkel. Burgemeesters van deelnemende gemeenten pleiten er daarom voor om verder op te schalen, zodat een eventuele landelijke stap niet stukloopt op productiecapaciteit (stand van zaken augustus 2026).
Twee snelheden in één sector
Zolang het experiment loopt, opereert een deel van de sector binnen een gereguleerde keten en het grootste deel binnen het gedoogkader. Dat creëert ongelijke randvoorwaarden — richting banken, verzekeraars en lokaal beleid — en vraagt zorgvuldige afstemming.
Politieke onzekerheid
Het experiment werd in juni 2025 controversieel verklaard, waardoor landelijke beleidsbesluiten stilvielen. In maart 2026 sprak een ruime meerderheid van de Tweede Kamer zich uit voor voortzetting: een motie om de wietproef te stoppen haalde het niet. Daarmee is de bodem onder het experiment steviger, maar de kernvraag blijft open: wat gebeurt er ná de experimenteerfase? Verankering vraagt nieuwe wetgeving en dus een expliciet politiek besluit.
Onzekerheid over de periode na 2029
Zonder tijdig besluit lopen deelnemers het risico dat zij na de afbouwfase terugvallen op het gedoogkader — met gedwongen afbouw van legale inkoop, administratie en investeringen. Wij vragen daarom om besluitvorming ruim vóór het einde van de experimenteerfase in plaats van erna.

