Achter de term "schaarse vergunningen" zitten mensen
1 juli 2026

Achter de term "schaarse vergunningen" zitten mensen

Een ondernemer bouwt soms tientallen jaren aan een bedrijf. Hij investeert, neemt personeel in dienst, bouwt een klantenkring op en creëert waarde. Voor veel mkb-ondernemers is die waarde niet abstract. De onderneming is vaak hun pensioenvoorziening. Zij bouwen geen pensioen op via een reguliere werkgever, maar via hun bedrijf. De mogelijkheid om de onderneming later over te dragen of te verkopen is daarom essentieel. Als die overdraagbaarheid door tijdelijk vergunningbeleid verdwijnt, verdwijnt ook een belangrijk deel van hun oudedagsvoorziening.

Steeds vaker komt die zekerheid onder druk te staan. Niet omdat een ondernemer zich niet aan de regels houdt, maar omdat gemeenten bestaande vergunningen voor onbepaalde tijd omzetten naar tijdelijke vergunningen. Ondernemers moeten vervolgens opnieuw meedingen naar een onderneming die zij soms al tientallen jaren zonder problemen exploiteren.

Dat is geen theoretisch juridisch vraagstuk. Achter de term "schaarse vergunningen" gaan ondernemers schuil die hun levenswerk op het spel zien staan. Zij worden geconfronteerd met onzekerheid over investeringen, financiering, personeel, bedrijfsopvolging en pensioen. Daarmee raakt dit onderwerp veel meer dan alleen vergunningverlening.

Deze ontwikkeling is inmiddels zichtbaar in uiteenlopende sectoren. Standplaatshouders, rondvaartondernemers, strandexploitanten, horecaondernemers en coffeeshophouders krijgen steeds vaker te maken met tijdelijke vergunningen, selectieprocedures en langdurige juridische trajecten. In sommige gevallen krijgen ondernemers na jaren procederen gelijk van de rechter. In andere gevallen blijft het tijdelijke stelsel in stand, maar blijft ook de onzekerheid bestaan.

Uitvoering schuurt met Dienstenrichtlijn en coalitieakkoord

Juist daarom is het belangrijk terug te gaan naar de bedoeling van de Europese Dienstenrichtlijn. Die richtlijn is niet bedoeld om goed functionerende ondernemers telkens opnieuw te laten concurreren om hun eigen onderneming. De richtlijn is bedoeld om onnodige belemmeringen voor ondernemers weg te nemen en ervoor te zorgen dat vergunningstelsels alleen worden toegepast wanneer zij noodzakelijk, objectief gerechtvaardigd en evenredig zijn.

In de praktijk zien wij echter steeds vaker het tegenovergestelde gebeuren. De discussie verschuift van de vraag óf een vergunningenplafond noodzakelijk is naar de vraag hóe een verdelingsprocedure moet worden ingericht. Daarmee ontstaan meer regeldruk, meer uitvoeringskosten, meer bezwaar- en beroepsprocedures en minder rechtszekerheid voor ondernemers.

Dat staat ook op gespannen voet met het coalitieakkoord. Daarin wordt juist ingezet op minder regeldruk, snellere vergunningverlening, het voorkomen van nationale koppen op Europese regelgeving, stabiel ondernemerschap, bescherming van familiebedrijven en een arbeidsmarkt waarin het aanbieden van een baan aantrekkelijker wordt. De huidige uitvoeringspraktijk beweegt zich op meerdere punten de andere kant op.

Als een ondernemer niet weet of zijn bedrijf over vijf of tien jaar nog mag worden voortgezet, wordt investeren lastiger. Banken worden terughoudender. Bedrijfsopvolging wordt onzeker. De waarde van de onderneming neemt af. Ook werkgeverschap wordt geraakt, omdat het moeilijker wordt om vaste contracten aan te bieden wanneer de overheid onzekerheid creëert over het voortbestaan van de onderneming.

Oproep aan de Tweede Kamer

Om deze ontwikkeling onder de aandacht te brengen, heeft de Bond van Cannabis Detaillisten een brief gestuurd aan de vaste commissie voor Economische Zaken ten behoeve van het commissiedebat Midden- en Kleinbedrijf van 1 juli.

Daarin hebben wij de Kamer gevraagd te laten onderzoeken welke gevolgen de huidige toepassing van het leerstuk van schaarse vergunningen heeft voor ondernemers, werknemers, investeringen en bedrijfsopvolging. Ook hebben wij gevraagd om gemeenten beter te ondersteunen bij de toepassing van de Dienstenrichtlijn, zodat maximumstelsels alleen worden toegepast wanneer deze aantoonbaar noodzakelijk en evenredig zijn.

Daarnaast hebben wij de Kamer gevraagd aandacht te besteden aan de spanning tussen de huidige uitvoeringspraktijk en de doelstellingen uit het coalitieakkoord, waaronder het verminderen van regeldruk, het voorkomen van nationale koppen op Europese regelgeving, het creëren van stabiel ondernemerschap, het beschermen van familiebedrijven en het aantrekkelijker maken van het aanbieden van een baan.

Achter iedere schaarse vergunning zit uiteindelijk geen dossier, maar een ondernemer.