Het rapport van de adviescommissie van het wietexperiment van eind juni blijft de gemoederen flink beroeren. Een passage in het rapport over een verpakking met een standaardgewicht aan wiet ligt gevoelig. Het is de vraag of die gevoeligheid terecht is.

Waar gaat het om? Op pagina 31 (paragraaf 3.5.2) stelt het rapport:

“Telen, drogen en verpakken van cannabis dienen zoveel mogelijk op één locatie plaats te vinden teneinde het aantal kwetsbare transportbewegingen te minimaliseren. Om het risico van ‘weglekken’ tegen te gaan is het van belang dat de verpakking van cannabis uniform is en een standaardgewicht aan cannabis bevat (bijvoorbeeld 5 gram). Daarnaast is het van belang dat de verpakking vanaf het moment dat het product gereed is voor transport naar het verkooppunt verzegeld is en zonder de verzegeling te verbreken niet meer geopend kan worden.”

Fout spoor

Uit de beschrijving van het rapport maakten een aantal ondernemers op dat 5 gram een standaard verpakking voor de verkoop zou worden. Dit vermoeden werd mede gevoed door de interpretatie van deze passage in het rapport in enkele media. Daarbij werd vrolijk doorgedraafd op een vermoedelijk fout denkspoor. De standaardverpakking zou gaan gelden voor het transport van de producent naar de coffeeshop en daarom ook gelijk maar voor de verkoop. Die dolende denkwijze volgend zou een coffeeshop alleen nog maar wiet in verpakkingen van 5 gram mogen verkopen. Dat idee veroorzaakte bij veel ondernemers -begrijpelijk- een bijzonder onaangenaam gevoel. Maar de tekst in het rapport rechtvaardigt deze gedachtekronkel niet. Het lijkt een foutieve interpretatie. Het gaat in de bewuste passage in het rapport om een (voorstel voor een) standaard transportverpakking.

Maximaal 5 gram

De gedoogcriteria bepalen dat een klant maximaal 5 gram mag kopen. De meeste klanten kopen minder dan 5 gram in een keer. In verreweg de meeste gevallen verkoopt een coffeeshop de klant slechts een (paar) gram, of voor 10 of 20 euro wiet of hasj. Veel klanten hebben aan een gram per dag ruim voldoende en kunnen zich ook niet meer veroorloven. Als je alleen nog maar wiet in 5 grams verpakking zou kunnen kopen zouden veel klanten in een keer 50 -75 euro moeten neertellen voor hun wiet. Natuurlijk zouden ze misschien wel een week of meer kunnen doen met hun voorraad van 5 gram, maar toch. Voor veel klanten is 50 euro veel geld. Vijf keer tien euro past beter in een klein budget, dan in één keer 50 euro of meer uitgeven. Verder roken veel klanten gevarieerd. De ene dag gaan ze voor wat sterkere wiet, de andere dag voor wat lichtere, de ene dag voor een wat zoetigere smaak, een andere dag voor iets heel anders.

Meer dan de helft van de mensen die cannabis gebruiken zijn ‘incidentele cannabisconsumenten’ blijkt uit de Nationale Drugmonitor 2017 (Trimbos-Instituut). Ze blowen niet dagelijks of wekelijks, maar af en toe als er een feestje is, als ze uitgaan, of bij een kampvuurtje of andere speciale gelegenheid. Deze groep mensen gaat een aantal keer per jaar naar een coffeeshop om daar een kleine hoeveelheid hasj of wiet te kopen. Vaak kopen mensen uit deze groep ook een of twee ‘voorgedraaide jointjes’.

Ook voor het maken van voorgedraaide joints is een standaardverpakking van enkele grammen niet handig. Er gaat volgens een aantal commentaren op internetfora tussen de 0,2 en 0,3 gram in een voorgedraaide joint.

Het is dus om een aantal uiteenlopende redenen zeer onpraktisch voor klanten als ze alleen nog maar een grote standaardhoeveelheid zouden mogen kopen in de coffeeshop. Naast het feit dat het dus voor een aantal klanten onbetaalbaar zou zijn.

Het is daarom niet echt goed voor te stellen dat de commissie een standaard verkoopverpakking van 5 gram voor ogen heeft gehad.

Weglekken

Wat zal de commissie dan wel voor ogen hebben gehad? In het rapport staat letterlijk: Om het risico van ‘weglekken’ tegen te gaan is het van belang dat de verpakking van cannabis uniform is en een standaardgewicht aan cannabis bevat (bijvoorbeeld 5 gram). De grootste angst van de commissie is dat de gereguleerde wiet weglekt in het illegale circuit, dus voordat de wiet in de coffeeshop belandt. Daar kan iedereen zich wel iets bij voorstellen. Een toekomstige krantenkop als: ‘Overheid voorziet zwarte markt van goede wiet’ zou voor de overheid immers een blamage zijn. De commissie stelt daarom voor om de wiet van de producent in gesealde transportverpakking bij de coffeeshop te krijgen, liefst een standaardverpakking, om de controle op het weglekken zo overzichtelijk mogelijk te houden. De genoemde 5 gram (een suggestie tussen haakjes) zal een ‘slip of the pen’ zijn. Het is naast een onlogische verkoophoeveelheid voor klanten immers ook geen logische verpakking voor transport naar de coffeeshop.

Transportverpakking 50/100/250 gram

Uit het rapport blijkt dat de commissie zoekt naar een zo veilig en overzichtelijk mogelijke transportverpakking naar het verkooppunt. Streven naar een standaard transport verpakking/gewicht voor de wiet is in die gedachtegang logisch. Zeecontainers, IBC’s (Intermediate Bulk Containers, 1000 liter vaten voor groothandelshoeveelheden vloeistoffen), bierfusten, flessen, flacons et cetera hebben immers ook meestal standaard afmetingen. Die afmetingen sluiten aan bij wat handig is in de praktijk (transport, opslag).

Binnen de praktijk van de cannabismarkt zou een standaard gewicht voor transportverpakkingen van wiet 50, 100, of 250 gram het meest op zijn plek zijn. Als een shop per dag 1500 gram verkoopt en 15 soorten op het menu heeft staan, wordt er per dag gemiddeld 100 gram van één soort verkocht. Dat zou daarom wel eens de meest gebruikte transportverpakking kunnen zijn bij shops met deze dagomzet. Voor sommige veel verkochte soorten zijn de wat grotere transportverpakkingen prima, voor minder populaire soorten is 50 gram meer dan voldoende.

Tupperware

De in de standaardverpakking getransporteerde wiet zou dan in de coffeeshop unsealed worden en in veel gevallen omgepakt in tupperwarebakken, waarna de coffeeshopmedewerker de wiet kan aanbieden aan de klant. In de meeste coffeeshops wordt wiet in tupperware-bakken aangeboden aan de klant. Die kan de wiet dan ruiken en eventueel voelen, voor hij of zij zijn keuze maakt, net als het plakje kaas dat je mag proeven van de kaasboer op de markt. In het geval van de ‘tupperware-verkoop’-variant kiest de klant zijn wiet, en vraagt hij de coffeeshopmedewerker om bijvoorbeeld 2 gram, of voor 15 euro van die wiet. De medewerker weegt de wiet vervolgens en doet die in een zakje.

Voorverpakte wiet

Een deel van de shops verkoopt voorverpakte wiet. Deze shops verkopen verpakkingen van een of meerdere grammen of zakjes van 10, 15 of 20 euro (of meer). Dit scheelt de verkopende coffeeshop wat handelingen aan de balie.

Ook bij de verkoop van voorverpakte wiet is het voor een coffeeshop het meest praktisch om de wiet in 50/100/250 grams transportverpakkingen te krijgen aangeleverd. Dat sluit het meest aan op de praktijk. Een ervaren verpakkingsmedewerker van de coffeeshop weet op het oog de beste toppen voor een tientje, 15 euro, 20 euro of 1 , 2 of 3 gram uit de grote verpakking te vissen, waarmee het verlies van ‘gruis’ (kleine stukjes wiet) beperkt blijft. Een consument wil immers een wiettop of topje in zijn verpakking terugvinden, en geen gruis. Dit ‘ompakken naar verkoophoeveelheden’ kan beter op kleinere schaal in een coffeeshop gebeuren dan bij een producent. Het zal een producent veel manuren kosten om goede toppen uit te kiezen voor de juiste verpakkingen en het zal hem veel verlies opleveren. Coffeeshops gebruiken het gruis vaak bij het maken van voorgedraaide joints. Het is onwaarschijnlijk dat een producent ook joints gaat leveren.

Logistieke uitdaging

Als een coffeeshop dagelijks 300 zakjes wiet van 5 gram krijgt aangeleverd om die vervolgens in tupperware-bakken te moeten ompakken loopt het experiment uit op een logistieke uitdaging van formaat, en hoogstwaarschijnlijk een logistiek drama voor coffeeshops. Een standaard verkoopverpakking van 5 gram kan nooit de bedoeling zijn geweest van de commissie. Klanten zouden gedwongen worden om één vaststaande -voor veel consumenten niet te overziene- hoeveelheid wiet te kopen. Veel ‘tientjesklanten’ zouden niet meer in de coffeeshops terecht kunnen. Een standaard transportverpakking van 5 gram is alleen maar goed voor de plastic verpakkingsindustrie. Het strookt niet met de Europese richtlijnen voor het reduceren van verpakkingsmateriaal.

Wie de tekst van het rapport goed leest maakt hieruit op dat de commissie zoekt naar een veilige standaard transportverpakking. In het kader van de experimenteergedachte is het raadzaam om de praktijk te volgen en te experimenteren met veelvouden van 50 gram of 100 gram voor het transport. De commissie heeft zich als een groep wijze mensen getoond, die niet blind is voor de praktijk.

‘Wanhoopt ende desespereert niet’, zei voormalig premier Van Agt enkele jaren geleden op een bijeenkomst van cannabisliefhebbers. Die raad volgen wij op.