Het rapport over het wietexperiment van de commissie Knottnerus leidde – niet onverwacht – tot de nodige onrust in de cannabissector. Een deel van die onrust lijkt ongegrond. Laten we vooropstellen dat de commissie in de korte tijd die haar werd geboden haar uiterste best heeft gedaan. De commissieleden hebben een groot aantal bronnen geraadpleegd en zeer goed naar die bronnen geluisterd.

Dat neemt niet weg dat er enkele onduidelijkheden in het rapport staan. Zo stelt het rapport:

‘Op basis van de rondetafelgesprekken en een analyse van door coffeeshops aangeboden cannabisvariëteiten door het Trimbos-instituut concludeert de commissie dat een aanbod van ongeveer vijftien wietvariëteiten en tien hasjvariëteiten voldoende zou moeten zijn om met de gesloten keten een goede eerste start te kunnen maken’.

Het is een vertaling van de bedoeling van de commissie om ervoor te zorgen dat het aanbod aan gereguleerde wietsoorten gevarieerd is. Dat blijkt verderop in het rapport als de commissie voorstelt om een panel van consumenten samen te stellen die aan de telers voorstelt welke nieuwe soorten zij zouden kunnen telen. Met andere woorden: het aanbod moet aansluiten bij de (continu veranderende) vraag van de consument.

Ongelukkig

Alleen is het bewuste citaat van de commissie wat ongelukkig gekozen en daardoor voor velerlei uitleg vatbaar. Stelt de commissie hier nu voor om het aanbod aan wietsoorten zo ruim te maken dat alle coffeeshops daaruit met gemak een menukaart van 15 eigen soorten kunnen samenstellen? Of wil de commissie zeggen dat de tien producenten ieder hun eigen 15 soorten gaan telen, zodat er in totaal 10x15=150 gereguleerde wietsoorten op de markt komen?

Media gingen op een heel andere manier met het voorstel om. Ze namen de getallen over en presenteerden die als een beperking van het aanbod van maximaal 15 (wiet) plus 10 (hasj) soorten. Ondernemers uit de coffeeshopsector reageerden daardoor terecht enigszins ongerust. “Met slechts 15 soorten waaruit ik zou kunnen kiezen om mijn ‘menulijst’ samen te stellen kan ik de toko wel sluiten” was een zorg die veel ondernemers deelden.

Maar het zou hoogst onlogisch zijn om het gereguleerde aanbod qua aantal soorten te beperken. Het gaat in het experiment immers om de teelt van een gevarieerd aanbod aan wiet van goede kwaliteit. Coffeeshops kunnen onmogelijk een voor hun consumenten interessant aanbod samenstellen als ze uit een markt van slechts 15 gereguleerde soorten kunnen kiezen. Het experiment is bij zo’n beperkt aanbod bij voorbaat gedoemd te mislukken.

15 soorten per shop

De commissie is grondig te werk gegaan. Het getal 15 komt hoogstwaarschijnlijk uit een recent rapport van het Trimbos-instituut. In dat rapport wordt gesteld dat er per shop gemiddeld 15 soorten wiet worden aangeboden. Iedere shop heeft een andere menulijst. De overlap per shop is slechts enkele soorten. Dat betekent dat er in een stad met 10 coffeeshops waarschijnlijk meer dan 100 soorten worden aangeboden in de verschillende zaken. Hetzelfde Trimbos-rapport stelt dat er in Amsterdam alleen al honderden soorten wiet worden verkocht. Waarschijnlijk zouden shops overigens gemiddeld veel meer soorten in huis hebben als er geen maximering van de handelsvoorraad zou bestaan. Met een maximumvoorraad van 500 gram is het logistiek erg ingewikkeld om bijvoorbeeld 25 soorten in de shop aan te bieden.

Veel coffeeshops proberen zich te onderscheiden met een uniek aanbod aan soorten wiet en hasj. Door het specifieke aanbod aan cannabis trekt iedere shop een ander publiek en heeft iedere shop zijn eigen sfeer en uitstraling. Door de variatie in sfeer en aanbod komt elke consument bij een van de coffeeshops in zijn stad aan zijn trekken. Zo kunnen de coffeeshops samen een alternatief aanbod bieden voor de zwarte markt.

Ondanks alle goed bedoelingen van de commissie lijkt het achteraf gezien niet zo’n handige zet om in het rapport voor te stellen om eens met vijftien soorten te beginnen. Met het noemen van zo’n getal zonder een duidende context erbij riskeer je dat dit getal een eigen leven gaat leiden. En zo geschiedde, de afgelopen dagen. Ook de commissieleden zullen begrijpen dat je met slechts 15 gereguleerde soorten wiet in Nederland de coffeeshops niet kunt laten concurreren met de illegale markt. Wil een shop ‘zijn’ eigen karakter behouden en een bij de shop passende menukaart kunnen presenteren met 15 specifieke soorten, dan moeten de gereguleerde producenten een veel ruimer aanbod hebben.

Trends

De commissie stelt verder in het rapport vast ‘dat cannabisgebruik aan trends onderhevig is. Aangedreven door zowel aanbod als vraag komen regelmatig nieuwe varianten op de markt’. De wietmarkt is uiterst dynamisch. Soorten die op het ene moment hot zijn, verliezen enige tijd later hun populariteit. Consumenten houden elkaar via internetfora op de hoogte van de laatste trends en ontwikkelingen. Veel shops springen daar op in en volgen de smaak van de consument. Als coffeeshops dit niet doen lopen ze het risico een deel van hun klanten te verliezen. Aan een andere shop, of aan de zwarte markt.

Voor politici uit alle windrichtingen en smaken zal het aantal soorten geen onderhandelingspunt zijn.

Producenten van gereguleerde wiet zullen daarom snel moeten kunnen schakelen en inspelen op wat er leeft in de markt. Marktwerking. Een starre producent is na enkele oogsten uitgespeeld. Hij zal een deel van zijn wiet niet meer op de markt kunnen zetten. Maar een slimme producent is de marktvraag vóór. Hij zal voortdurend een zo groot mogelijk aantal soorten wiet telen, zodat hij snel kan inspelen op de veranderingen in de markt.

Non issue

Waarom hebben we het eigenlijk over het aantal soorten? Dat aantal soorten kan voor niemand een issue zijn. Voor politici uit alle windrichtingen en smaken zal het aantal soorten geen onderhandelingspunt zijn. Hetzelfde geldt voor de producenten. Ook vanuit gezondheidsperspectief maakt het niet uit hoeveel verschillende soorten er worden aangeboden, en dat geldt ook voor de controle op het ‘weglekken’ van gereguleerde wiet naar de illegaliteit. Met andere woorden: het aantal soorten wiet of hasj dat binnen het experiment valt doet er gewoonweg niet toe, het is een non issue! Het enige dat telt is dat de te kweken gereguleerde soorten de consument weghalen van de illegale markt. De consument moet veilige wiet gaan kopen op een veilige plek, waarbij de overheid zicht heeft op een transparante markt. Was dat niet het idee achter het experiment?

Het is dan ook logisch om uit te gaan van een onbeperkt aantal soorten en de telers aan te sporen om een zo gevarieerd mogelijk aanbod te produceren.

Het is van belang dat wij als sector deze zaak niet groter maken dan hij is. Slechts zeer weinig shops zullen met het experiment willen meedoen als zij uit slechts een beperkt aantal soorten gereguleerde wiet hun menulijst zullen moeten samenstellen. Productie van een beperkt aantal soorten gereguleerde wiet levert een onwerkbare situatie op. Dat zal de commissie begrijpen.

De commissie van Knottnerus nodigt iedereen uit om mee te werken aan het slagen van het experiment. Het is dan ook logisch om uit te gaan van een onbeperkt aantal soorten en de telers aan te sporen om een zo gevarieerd mogelijk aanbod te produceren. Hoe meer soorten van goede kwaliteit, hoe beter. Voor iedereen.

Redactie BCD, 4 juli 2018