In de winter is het voor coffeeshops meestal niet moeilijk om aan goede kwaliteit wiet te komen. In de zomer is dat een heel ander verhaal.

In juli door de wietvoorraad heen zijn is de klassieke zomernachtmerrie voor veel coffeeshops. In de zomer is het aanbod kwalitatief goede wiet altijd schaars omdat veel telers op vakantie zijn en het te warm is om te telen. Daarbij willen veel klanten ook nog eens wat meer grammen kopen, met vakantiedagen in het verschiet en vakantiegeld op de rekening. Veel ondernemers proberen te vermijden dat ze midden in de zomer door hun voorraad heen zijn, waarbij het kansloos is om op dat moment alsnog een goede partij wiet te vinden. Daarom leggen ze voor mei vaak al een extra zomervoorraad aan.

‘Je moet wel’

Een coffeeshopondernemer uit een van de grote steden hoort van alle collega’s om hem heen dat ze net als hij een grotere zomerstash met wiet aanhouden: ‘Je moet wel, want in de zomer en vlak erna wordt vooral rommel verkocht. Misschien kom je als kleinere shop hier en daar nog wel aan kwaliteitswiet, maar met een grotere shop ben je zonder extra voorraad aangewezen op dat deel van de markt waar je eigenlijk niet wil komen.’ Aan de andere kant ziet de ondernemer ook een andere ontwikkeling sinds enkele maanden: ‘Ik krijg de laatste tijd wiet uit Canada aangeboden die er goed uitziet en erg goedkoop is. Het lijkt erg mooi spul. Bijna te mooi om waar te zijn eigenlijk, en daarom wil ik eerst laten testen of er geen troep op zit. Ik ben erg benieuwd!’

Het zou voor politici een reden te meer zijn om niet meer zo krampachtig vast te houden aan het idee dat de Nederlandse teelt vooral voor de export is bedoeld en niet voor consumptie in Nederland. Die gedachte lijkt vanaf nu definitief rijp voor het museum.

Markt verschuift

De markt lijkt dit jaar sterk te zijn verschoven. Het is aannemelijk dat Spanje inmiddels de rol van exportland van wiet heeft overgenomen van Nederland. De wiet – die daar vaak door Nederlanders wordt geteeld - gaat waarschijnlijk rechtstreeks van Spanje naar andere landen, waarbij Nederland als doorvoerland wordt overgeslagen. In Spanje wordt tegenwoordig goede wiet geteeld die veel minder duur is dan de wiet die in Nederland wordt aangeboden in de groothandel, zullen we maar zeggen.’ De coffeeshopondernemer geeft aan dat hij dit verhaal van meerdere kanten heeft gehoord, maar hij kan het natuurlijk niet verifiëren. Het zou goed zijn om daar een betere kijk op te krijgen. Het zou voor politici een reden te meer zijn om niet meer zo krampachtig vast te houden aan het idee dat de Nederlandse teelt vooral voor de export is bedoeld en niet voor consumptie in Nederland. Die gedachte lijkt vanaf nu definitief rijp voor het museum.

Wat betreft de inkoop van hasj is er iets vergelijkbaars aan de hand volgens de ondernemer. ‘Er is erg veel bulkhasj die met containers tegelijk naar Nederland wordt getransporteerd. Maar ik vind het zelf altijd moeilijk om aan echt goede hasj te komen, die oude ambachtelijke hasj van superkwaliteit. Daar is een groot tekort aan.’

Beroerde kwaliteit

Een andere ondernemer beaamt de noodzaak van een grotere zomerstash. Je zou eens moeten zien welke samples er vandaag, eind juli, worden aangeboden. Zelfs als je niets van cannabis af weet zie je dat het beroerde kwaliteit is. Dat wil je je klanten echt niet aanbieden.’ Als ondernemer moet je vooral in de koelere maanden je slag slaan op de wietmarkt, als je op de geluiden van verschillende ondernemers moet afgaan. In de zomermaanden is er wel vraag van klanten, maar is het aanbod ondermaats en schreeuwend duur. De ondernemer die het beste zijn inkoop heeft geregeld voordat de zomermaanden beginnen heeft het mooiste product te bieden in de zomer.

De zomer/winterfluctuatie is iets waar de regelgeving geen rekening mee houdt. Veel autoriteiten hebben daar geen oog voor. ‘Je valt als ondernemer een beetje tussen wal en schip. In de winter inkopen voor een heel jaar zou het beste zijn, maar dan riskeer je om gepakt te worden met een veel te grote voorraad. Justitie zet je dan zomaar weg als criminele organisatie. Je zou er dan in theorie voor kunnen kiezen om in de winter veel meer te verkopen dan in de zomer. Maar als je alles eerlijk opgeeft aan de belasting en je zomeromzet is beduidend lager dan je winteromzet, dan loop je risico dat de belastingdienst je lage zomeromzet niet serieus neemt en je alsnog aanslaat voor een veel grotere omzet.’ ‘Dat is ondernemersrisico’ zeggen ze dan. Maar dat is wel erg gemakkelijk gezegd.

Negatief

Er hangt nog steeds een negatieve beeldvorming over de coffeeshop branche. Binnen de verschillende overheden wordt dat negatieve beeld nog steeds regelmatig gevoed. Het maakt het ondernemen er voor veel coffeeshopondernemers niet echt altijd even plezierig op. ‘Het is een fout beeld, weten veel insiders, maar we zijn roepende in de woestijn. Ik heb de branche inmiddels in al die jaren zien veranderen. Het aantal shops is van 1500 teruggebracht naar 500. Het personeel in de coffeeshop werkt inmiddels overal wit en is vaak geschoold. De meeste ondernemers geven netjes alles wat ze verdienen op aan de belastingdienst. De coffeeshopbranche is gewoon een nette branche geworden.’

500…1500…

Een shop die wordt gepakt met een grote zomerstash is de klos. Justitie houdt geen rekening met de seizoensinvloeden op de markt. Het toegestane maximum van 500 gram voorraad is ooit vastgesteld toen er nog 1500 coffeeshops waren (toen mochten de coffeeshops opgeteld samen dus 750 kilo in huis hebben). Om eenzelfde absolute hoeveelheid wiet als destijds toe te staan zou het logisch zijn om het toegestane maximum te verhogen naar 1500 gram per shop (500 x 1500 gram is eveneens 750 kilo). En als je met seizoensinvloeden rekening houdt… dan is het misschien nog veel beter om dat toegestane maximum maar helemaal los te laten.

Redactie BCD, 25 juli 2019