Een kritische commentaar op het beheersplan van de Amsterdamse Driehoek. Het beheersplan beschrijft haar doelstelling als volgt: Het realiseren van een beheersbare Amsterdamse cannabismarkt, waarbij niet alleen aan de voorkant (bij de consument) maar ook aan de achterkant sprake is van een betere scheiding van de harddrugs - en de softdrugsmarkt.

Deze doelstelling roept op zijn zachts gezegd nogal wat vragen op. Met een beetje kennis van zaken moet de cannabismarkt namelijk als twee strikt van elkaar gescheiden fenomenen worden gezien. Ten eerste het illegale cannabiscircuit van productie, (tussen)handel en illegale verkoopcircuit (tot straatdealers aan toe) en ten tweede het gedoogde circuit van coffeeshops. Met het in de doelstelling negeren van dit wezenlijk onderscheid van de cannabismarkt wordt de indruk gewekt dat de Amsterdamse coffeeshopbranche zich aan de voorkant schuldig zou maken aan verkoop van harddrugs (de consument) en aan de achterkant aan de handel van harddrugs.
(De begrippen voorkant - en achterkant versterken die aantijging in de doelstelling. In het illegale circuit is er namelijk niet zoiets als een voor- en achterkant. In coffeeshops wel, de voor- en achterdeur).

Met deze inleiding wil ik niet de indruk wekken dat ik “spijkers op laag water zoek”! Integendeel. Het is in de verdere toelichting van het beheersplan wel degelijk zo dat de suggestie gewekt wordt dat coffeeshops zich schuldig zouden maken aan harddrugshandel Maar dit alles blijft uiterst vaag en ontbreken de bronnen tot zelfs onlogische redeneringen aan toe.

Zowel uit “harde” als “zachte” data uit de landelijke en Amsterdamse monitors blijkt al decennia lang zich nergens een dergelijke vermenging af te spelen en waar dit zich incidenteel in Amsterdam voordoet staat het HIT team paraat met dito sanctionering door het stadhuis voor de desbetreffende coffeeshop. Kortom, mocht dit essentiële toezicht op het Amsterdamse coffeeshopbeleid zo in gebreke zijn gebleven bij de Amsterdamse Driehoek dan is het de plicht van diezelfde Driehoek om met bewijzen te komen ter verantwoording van hun taak van het gescheiden houden van de drugsmarkten

Het negeren van het fundamentele verschil tussen het illegale circuit en coffeeshops in het beheersplan is een ernstige emissie. Zoals gesteld. wordt door dit negeren, de coffeeshopbranche onterecht in het verdachtenbankje geplaatst terwijl de coffeeshop juist een effectief middel is in het gescheiden houden van de drugsmarkten.

Tenslotte, met het streven naar een BETERE SCHEIDING DER DRUGSMARKTEN staat het beheersplan op gespannen voet met de doelstelling van het softdrugsbeleid van een ABSOLUTE SCHEIDING DER DRUGSMARKTEN. Kortom, een beheersplan met minder ambitie dan het huidige drugsbeleid!

Het zijn niet de coffeeshops maar het illegale circuit waar vermenging van de handel in soft- en harddrugs zich voordoet met steeds meer nieuwe harde producten. (tot recent het zorgelijke nieuwe product van Synthetische Wiet) En de groei aan mogelijkheden van distributiekanalen voor zowel de tussenhandel als de verkoop aan consumenten van dit illegale circuit, zoals internet, websites en 06-lijnen.

Op basis van de doelstelling van het beheersplan zou je dus mogen verwachten dat 80% van de notitie besteed zou worden aan een overzicht van de huidige stand van zaken van dit uitdijende, (lees: drugsmarkt gemengde) illegale cannabiscircuit. Met vervolgens voorstellen van hoe op deze ontwikkeling op een slimme, effectieve manier geanticipeerd moet worden (dus niet met de “botte repressieve bijl”).
In het beheersplan staat daar niets over en ontbreekt het dus aan het prioriteit stellen van het Nederlandse dus ook Amsterdamse beleid van het gescheiden houden der drugsmarkten. Een fundamenteel onderdeel van deze prioritering is het als de weerga realiseren van een robuust coffeeshopbeleid. In het beheersplan worden daar wel degelijk een aantal voorstellen voor gedaan zoals een keurmerk en het “oprekken” van een aantal gedoogcriteria. Iets wat meer dan de moeite waard is om verder uit te werken met de uitdaging om daar collega grote steden, de VNG en de landelijke overheid in mee te krijgen.

Maar de voorwaarde om daar vanuit Amsterdam mee aan de slag te gaan is dat het raamwerk waar het beheersplan op is gestoeld van tafel gaat. Daarvoor in de plaats moet aan een robuust Amsterdams coffeeshopbeleid worden gewerkt. Zoals hoe het nuloptiebeleid in de regio doorbroken kan worden en behoud van kleinschaligheid - en diversiteit in het aanbod van coffeeshops. Evenwichtige spreiding over de stad zoals IJburg, Noord, Zeeburgereiland en meer woon/werk/groeikernen met zowel coffeeshops voor de “yuppen”- als de “multiculturele” bewoners.

Met als positief bijeffect dat dit de bezoekersstroom naar coffeeshops in de binnenstad doet verminderen. Het is echter het raamwerk van het beheersplan wat dit soort voorstellen voor een robuust Amsterdams coffeeshopbeleid in de weg staat.

Het beheersplan

In plaats daarvan zorgt het beheersplan voor een verder verschraling van het Amsterdamse coffeeshopbeleid zoals de min of meer aankondiging van het verder reduceren van het aantal coffeeshops in de stad. Zo wordt menig keer in het beheersplan de mantra herhaald dat Amsterdam bijna 30% van het aantal coffeeshops in Nederland heeft. Met dus als ondertoon dat daar makkelijk wel een hoop vanaf kan. Ook in haar publieke optreden over het beheersplan laat de burgemeester zich in die zin uit.

Met een concreet voorbeeld wil ik aantonen dat de geschiedenis zich weer zal herhalen. Zoals in 2012 met de uitruil van de Wietpas uit het regeerakkoord van 2010 met de invoering van de Scholenafstand in Amsterdam, zodat alweer meer coffeeshops moesten sluiten zoals al eerder was gebeurd met Project 1012. Met dit puur getalsmatig sluiten zag het stadhuis totaal over het hoofd dat een behoorlijk deel van die coffeeshops populaire coffeeshops waren onder Marokkaanse en andere medelanders. En als er iets niet had moeten gebeuren dan was dit het wel. Met, ook door mij, een hoop inzet om de woede en frustratie onder deze buitengesloten coffeeshopbezoekers te temperen met bij een van de medewerkers van een gesloten coffeeshop de opmerking; “Wat zou er gebeuren als bij het lukraak van bovenaf sluiten van een groot aantal cafés daar toevallig veel yuppen-, homo- of korps studentencafés bij zouden zitten? Ik denk dat dat niet onopgemerkt zou blijven bij menig stadhuis beleidsmaker, met bij mijn coffeeshop het risico dat een deel van de bezoekers in het “illegale circuit” verdwijnen.

En laat nou datzelfde regeerakkoord uit 2010 weer opnieuw leidend zijn voor het Amsterdamse coffeeshopbeleid. Het is namelijk dit regeerakkoord wat het beheersplan in haar toelichting benoemd als denkraam van haar voorstellen. Een akkoord afkomstig van een regering wat onder zowel deskundigen als de volksmond aangeduid wordt als een “van de–meest–verstokte-anti -coffeeshop -politieke- partijen- VVD, CDA en PVV.

Het waarom het beheersplan voor dit regeerakkoord kiest kan alleen maar met dat de Amsterdamse Driehoek mee gaan in wat omschreven kan worden als de ondermijningstheorie. Het is bovengenoemde regering die als eerste deze ondermijningstheorie en de ongefundeerde kritiek op de gedoogpolitiek vertaalde in ingrijpende nieuwe invalshoeken van het landelijke drugsbeleid. Wat zich tot op de dag van vandaag onverminderd voortzet.

Het is de ondermijningstheorie die in de toelichting van het beheersplan meermaals aangehaald wordt dat de coffeeshopbranche een ondermijnende invloed zou hebben op de legale bovenwereld, Sterker nog, dat er aanwijzingen zijn, dat deze branche de harddrugsmarkt steunt, financiert, etc.

Het wapen dat het beheersplan voorstelt om de omvang van ondermijning door de Amsterdamse coffeeshopbranche terug te dringen is het I-criterium. Met dit criterium zakt in de theorie van het beheersplan namelijk het inkomen van de branche, ergo dus ook de mate van ondermijning van de bovenwereld. Plus komt de Driehoek hiermee tegelijkertijd tegemoet aan de toegenomen druk uit de publieke opinie van het terugdringen van het zgn. laagwaardige drugstoerisme; TWEE VLIEGEN IN EEN KLAP!

Het moge duidelijk zijn dat ik zeer bezorgd ben over wat dit beheersplan voor gevolgen heeft voor het Amsterdamse coffeeshopbeleid.

August de Loor,
Amsterdam, 4 februari 2021

Tot slot een kort naschrift over de veronderstelling van harddrugsverkoop in coffeeshops. De praktijk leert dat mocht een coffeeshop zich schuldig maken aan verkoop van harddrugs aan haar bezoekers dit eerder zal opvallen bij de andere bezoekers dan bij de politie en is een coffeeshop in no-time zijn klanten kwijt. (onderzoek: naar de sociaal/culturele functie van 115 Amsterdamse coffeeshops - Adviesburo Drugs 1994).
Dit rapport, geschreven voor het stadhuis naar aanleiding van, toentertijd dezelfde veronderstelling als nu, dat coffeeshops zich schuldig zouden maken aan de verkoop van harddrugs, tot destijds heroïne aan toe. Dit rapport heeft destijdsop voorspraak van de gemeenteraad (met dank aan het opmerkelijke PvdA raadslid Annemarie Grewel) geleid tot oprichting van de multidisciplinaire werkgroep: Toekomst Amsterdamse softdrugsbeleid.
Met voorstellen wat decennialang de toets der kritiek kon doorstaan. Zoals toen al de oproep voor het legaliseren van de achterdeur van coffeeshops. Wat helaas met de opzet van het experiment van de huidige regering nog zeker 8/9 jaar op zich laat wachten en de onzekerheid of dat überhaupt nog zal gebeuren.

Bovenstaande column is geschreven voor de Amsterdamse gemeenteraad. Het is mijn commentaar op het beheersplan van de Driehoek met nieuwe voorstellen voor het Amsterdamse coffeeshopbeleid (januari 2021) Een kritisch schrijven rechtstreeks uit mijn hart omdat de Driehoek in mijn ogen op een verkeerd spoor zit. Mijn advies is dat dit beheersplan ingetrokken wordt en een multidisciplinaire werkgroep met een volstrekt nieuwe visie aan de slag gaat.
Dit betekent niet dat er geen interessante en uitdagende voorstellen in het beheersplan staan. Zeker niet. Een aantal zijn zeer de moeite waard maar kunnen alleen maar tot hun recht komen bij een andere filosofie over de toekomst van het Amsterdamse coffeeshopbeleid dan waar het beheersplan zich op baseert. Een filosofie van een stad van tolerantie en gastvrijheid. Van een beleid waar toeristen en al die andere niet ingezetenen van onze stad de coffeeshops mogen blijven bezoeken. En dat op zo’n manier dat dit een positieve bijdrage levert aan het leefklimaat voor allen die wonen en werken in Amsterdam! Dat is de echte uitdaging waar we voor staan en realiseerbaar moet zijn met een andere kijk dan die in het beheersplan beschreven staat.

August de Loor, 71 jaar geboren en getogen binnenstadbewoner, 52 jaar dienstbaar aan het Amsterdamse drugsbeleid en leefklimaat