Bij coffeeshopbonden komen regelmatig vragen binnen over het al dan niet meewerken aan onderzoeken. Dat onderzoeksbureaus coffeeshopondernemers om hun mening vragen heeft vooral politieke redenen. Enige uitleg over die onderzoeken lijkt mij daarom op zijn plaats.

Het reilen en zeilen van coffeeshops mag zich al jarenlang op warme belangstelling van beleidsmakers en onderzoekers verheugen. Het heeft mij altijd verbaasd dat coffeeshopondernemers zelf vaak niet als informatiebron gelden. Zo onderzochten het Verweij Jonker Instituut en de Erasmus Universiteit in opdracht van het Openbaar Ministerie in 2011 hoe coffeeshop Checkpoint kon uitgroeien tot zo’n omvangrijke en professionele coffeeshop. De onderzoekers spraken met medewerkers van het Openbaar Ministerie, de politie, de gemeente, de burgemeester, buurtbewoners, lokale winkeliers en professionals die werkzaam waren in het centrum van Terneuzen. Maar de coffeeshopondernemer en zijn medewerkers werden op geen enkele manier betrokken bij het onderzoek. Dat paste niet in het format, lieten de onderzoekers weten.

Negatieve beeldvorming

Onlangs leidde een onderzoek in het kader van de 'Monitor Ontwikkelingen Coffeeshopbeleid' tot vragen bij het secretariaat van de BCD en de WhatsApp groep van Cannabis Connect. Onderzoeksbureau Breuer & Intraval voert dit onderzoek uit in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Op de website van het ministerie lezen we dat de monitor ‘de ontwikkelingen in coffeeshop- en softdrugstoerisme, softdrugsgerelateerde overlast, drugsrunnen en de verkoop van cannabis aan gebruikers buiten de coffeeshop’ onderzoekt.Het gaat dus niet alleen over coffeeshops, maar ook over ontwikkelingen op de illegale cannabismarkt. Waarom noemen deze monitor dan niet de ‘Monitor ontwikkelingen cannabisbeleid’ of ‘Monitor ontwikkelingen softdrugsbeleid’?

Met de vraagstelling en het onderzoeksperspectief stuurt de opdrachtgever de uitkomsten van het onderzoek. Door zaken als drugsrunnen en verkoop van cannabis op de illegale markt te koppelen aan gedoogde coffeeshops, worden coffeeshops in verband gebracht met illegale activiteiten waar zij zelf niets mee te maken hebben.Medewerkers van coffeeshops hebben (als het goed is) niets méér te melden over de illegale markt dan de gemiddelde Nederlander. Uit het bevragen van coffeeshopmedewerkers over de illegale markt spreekt een zekere vooringenomenheid. Door deze vraagstelling wordt de coffeeshop in het hokje van de illegaliteit geplaatst. Alsof ze uitspreken: ‘Ok, de coffeeshop is dan niet illegaal, maar ze weten er wel alles vanaf, want iedereen snapt wel dat het een pot nat is met die drugshandel.’

Datzelfde geldt voor de focus op overlast. Als je iemand specifiek vraagt of er overlast is, dan wordt er makkelijk ‘ja’ geantwoord. Het is eenvoudig om iemand in een enquête een onderwerp als overlast in de mond te leggen. Uit de coffeeshopmonitor blijkt desondanks dat de meeste coffeeshops nauwelijks overlast veroorzaken. Er is dus geen concrete aanleiding om dit steeds opnieuw te onderzoeken. Overlast en veiligheid rondom coffeeshops zijn bovendien een vast onderdeel van de algemene veiligheidsmonitor die ook de situatie rondom cafés, restaurants en snackbars onderzoekt. De keuze voor een specifieke ‘coffeeshopmonitor’ heeft iets suggestiefs: Het suggereert dat coffeeshops extra risico’s creëren op het gebied van veiligheid en criminaliteit. Er is iets speciaals met die coffeeshops aan de hand, lijkt de onderliggende boodschap. Dat is een vorm van vooringenomenheid die tot negatieve beeldvorming leidt.

Word geen Excuustruus!

Het is een stap in de goede richting dat de visie van coffeeshopondernemers en -medewerkers wordt meegenomen in onderzoek. Toch moet je je als coffeeshopondernemer steeds blijven afvragen of je mee wilt werken aan een onderzoek.

Bedenk dat jouw visie wordt beschouwd als de visie van de gehele sector, zo werkt dat nou eenmaal. Dat is dus een flinke verantwoordelijkheid. Je wordt als meewerkende coffeeshop vaak als Excuustruus gebruikt. Er wordt tegenwoordig veel druk op de overheid uitgeoefend om ondernemers en consumenten meer te betrekken bij onderzoek en het beleid rondom coffeeshops. Dat gebeurt vooral vanuit politieke overwegingen en niet zozeer omdat coffeeshops ineens als een serieuze informatiebron worden beschouwd. Denk ook niet dat het een vorm van erkenning is dat ze juist jou benaderen. Omdat maar weinig coffeeshops aan onderzoeken willen meedoen, zijn onderzoekers vaak allang blij dat ze een bereidwillige coffeeshopondernemer hebben gevonden die meewerkt. Daarbij wordt wat jij antwoordt vaak niet zo genuanceerd opgeschreven als dat jij dat hebt gezegd.

Belangrijk om in de gaten te houden is ook dat het bij zo’n onderzoek vooral gaat om wat er in de conclusies of samenvatting van het rapport komt te staan. Weinig politici of journalisten lezen een heel rapport van 72 pagina’s. En de mening van een coffeeshopondernemer komt vrijwel nooit naar voren in een conclusie of samenvatting. Als er al een coffeeshop ondernemer (correct) wordt geciteerd zal dat eerder ergens op pagina 53 zijn terug te lezen.

Tochmeewerken

Mocht je toch graag willen meewerken, vraag de onderzoekers dan wat de onderzoeksvraag is en welke onderwerpen er besproken zullen worden. En vraag je vervolgens af of je wilt meewerken aan het vinden van een antwoord op die vraag. Vraag de onderzoekers die jou benaderen ook in wiens opdracht het onderzoek wordt uitgevoerd. Een onderzoek in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid naar de minst ongezonde gebruikswijze van wiet kan een andere lading hebben dan het zoveelste onderzoek naar overlast en criminaliteit rondom coffeeshops in opdracht van justitie. Meewerken aan de 'Monitor Ontwikkelingen Coffeeshopbeleid' betekent in feite dat je meewerkt aan (negatieve) beeldvorming over de cannabissector. Je mag je daarom best wel kritisch opstellen naar de onderzoekers.

Controleer ook het verslag dat wordt gemaakt van het gesprek of interview waaraan je deelneemt en sta erop dat de tekst wordt gecorrigeerd als er dingen in zo’n verslag staan die je niet hebt gezegd. Om je in te dekken is het misschien verstandig om zo’n gesprek of interview zelf ook op te nemen, hoe aardig de onderzoek(st)er ook is.

Samen

Het is raadzaam om een verzoek tot deelname aan een onderzoek te melden bij Cannabis Connect of de BCD om zo met andere ondernemers af te stemmen hoe je in het betreffende onderzoek staat. Ik bedoel: onderzoek kan erg nuttig zijn, maar de ervaring leert dat justitie en politici regelmatig ‘marchanderen’ met de uitkomsten van onderzoek.

Nicole Maalste - 21 augustus 2018