De burgemeester van Amsterdam stuurt een brief over het wietexperiment naar ‘Den Haag’. Ook was er een bijeenkomst van een grote groep coffeeshopondernemers na de algemene ledenvergadering van de BCD. Genoeg stof tot nadenken.

Aan het einde van de ondernemersbijeenkomst van 26 september stelt BCD-voorzitter Helms de aanwezigen een vraag. ‘Wie wil er op dit moment vrijwillig meedoen aan het wietexperiment?’ Niemand steekt zijn hand op. Coffeeshopondernemers lijken niet meer echt warm te draaien voor het experiment zoals de politiek en een aantal ambtenaren dat nu aan het vormgeven zijn. ‘We kunnen pas bepalen of we mee willen doen als we precies weten waaraan we deelnemen. Als je deelneemt aan het experiment ga je gereguleerde wiet verkopen. Daarna is er geen weg terug. Dat kan alleen maar als je van tevoren de garanties hebt dat het niet mis zal gaan,’ aldus een coffeeshopondernemer in de zaal.

Een dag na het ondernemersoverleg stuurt de nieuwe burgemeester van Amsterdam Femke Halsema een opmerkelijke brief over het experiment naar de minister van Medische zorg en Sport en de minister van Justitie en Veiligheid. In die brief herhaalt Halsema het aanbod van Amsterdam om als grootste coffeeshopgemeente deel te nemen aan het experiment. De brief stelt echter dat er een paar knelpunten zijn in de voorstellen voor het experiment zoals die er nu liggen.

Enkele honderden varianten

Het aanbieden van slechts 15 soorten in de coffeeshops is volgens de Amsterdamse burgemeester te beperkt. Het zou de concurrentiepositie van de coffeeshops verzwakken en daar zou alleen de illegale markt van profiteren. Over wat nou precies een gevarieerd aanbod is lopen de meningen uiteen. Binnen de cannabisbranche wordt het nu voorgestelde aanbod van 15 soorten in ieder geval als zeer ondermaats gezien. De burgemeester onderschrijft dat. Ze schrijft daarom dat het aanbod ZEER gevarieerd moet zijn en gooit er voor de zekerheid maar een getal tegenaan: ‘Als het aanbod onvoldoende bij de consument aansluit springen illegale dealers in het ontstane gat. Het nu voorgestelde gereguleerde aanbod van 20 tot 30 soorten wiet en (Nederlandse) hasj is onvoldoende, gelet op het huidige aanbod van enkele honderden varianten.’ Enkele honderden varianten. Dat zijn nog eens getallen.

De brief oppert de mogelijkheid om gedurende een overgangsfase naast gereguleerde wiet ook illegaal geproduceerde wiet te verkopen. De gereguleerde wiet zou daarom tijdelijk als een extra aanvulling van het bestaande aanbod moeten worden gezien. Het idee daarbij is dat de gereguleerde wiet qua kwaliteit en wellicht prijs de illegale wiet op den duur uit de markt concurreert. In fases is er zo een overgang van een illegaal naar een gereguleerd aanbod.

Experiment alleen bij ondernemers met meerdere coffeeshops

Verder benoemt Halsema het probleem dat ondernemers geen netwerk van leveranciers meer hebben als het experiment na vier jaar zou ophouden. Coffeeshops die meedoen aan het experiment moeten volgens de huidige voorstellen geheel overstappen op gereguleerde wiet en afscheid nemen van hun oude illegale leveranciers. Die wiettelers zijn na vier jaar werkloosheid natuurlijk niet meer zomaar beschikbaar. Een nieuw netwerk opbouwen kan jaren duren. Als oplossing voor deze situatie stelt Halsema voor om alleen ondernemers met meerdere coffeeshops te laten deelnemen aan het experiment. Een van de coffeeshops zou dan bijvoorbeeld gereguleerde wiet gaan verkopen, terwijl bij de andere zaak van diezelfde eigenaar de wiet nog via de oude kanalen wordt aangeleverd. Op die manier verliest de ondernemer zijn producentennetwerk niet en kan hij -mocht er een einde komen aan de gereguleerde wiet- op een soepele manier terugvallen op de ‘oude aanvoerkanalen’.

Niet verplicht

Een andere voorwaarde voor deelname aan het experiment voor Amsterdam is dat de coffeeshops vrijwillig kunnen deelnemen. Het is daarbij goed denkbaar dat een deel van de coffeeshops in een gemeente wel deelneemt, en een ander deel niet. De Amsterdamse burgemeester ziet in zo’n situatie geen probleem op het gebied van handhaving en ziet daarom ook geen noodzaak om alle coffeeshops tot deelname te verplichten. Het zou in het geval van Amsterdam een positieve invloed hebben op het doen van onderzoek naar de effecten van invoering van gereguleerde wiet. Het levert immers mooi vergelijkingsmateriaal als je binnen een klein gebied gereguleerde-wiet-coffeeshops naast coffeeshops met ouderwets illegale wiet kunt onderzoeken.

Dit sluit aan bij een eerder geformuleerd idee vanuit de branche om het experiment niet tot enkele gemeenten te beperken maar om alle shops overal in Nederland de mogelijkheid te geven om deel te nemen aan het experiment, op basis van vrijwilligheid natuurlijk. Ook hierbij gaat het om een vorm van fasering.

Wat betreft vrijwillige deelname verwijst Halsema in haar brief ook naar de situatie in Colorado, waar verregaande samenwerking de basis is van de regulering.

Afgeknepen

De gefaseerde overstap op gereguleerde wiet (naast niet-gereguleerde wiet) op basis van vrijwillige deelname aan het experiment -liefst uitgesmeerd over heel Nederland- komt geheel overeen met een eerder door Cannabis Connect geformuleerd standpunt. De brief van Halsema spreekt een verontrusting uit over de voorbereidingen van het wietexperiment. Globaal is de boodschap van Amsterdam en de cannabisbranche: ‘Prima dat experiment, maar zoals er nu over gedacht wordt gaat het niet lukken, omdat het niet realistisch is.’ Het is te afgeknepen allemaal. Halsema vraagt de ambtenaren die de AmvB (Algemene maatregel van bestuur: dit is de regeling die bepaalt hoe het experiment er uit gaat zien) aan het schrijven zijn aan het slot van haar brief of ze rekening willen houden met deze uitgangspunten.

Panel

Terug naar de bijeenkomst van coffeeshopondernemers in Amsterdam. BCD-voorzitter Helms vraagt een panel van vier coffeeshopondernemers naar hun bevindingen tijdens de gesprekken die zij half september voerden met ambtenaren die werken aan de Wietexperiment-Amvb.

Lisa Lankes (Pink, Eindhoven): ‘Die ambtenaren weten heel weinig van ons en van de praktijk. Ze dachten bijvoorbeeld dat edibles van hasjolie werden gemaakt. Het is goed dat we nu in gesprek zijn op dit niveau. We kunnen ze nu duidelijk maken hoe het er in onze branche aan toe gaat.’

Tino Bos (Culture Boat, Utrecht) omschrijft de ambtenaren met wie hij sprak als ‘jonge, open, progressieven krachten.’ ‘Meepraten is natuurlijk nog niet hetzelfde als meedoen, maar toch. Deze ambtenaren hebben alleen weinig bewegingsvrijheid en worden sterk beïnvloed door het rapport van Knottnerus. Het doel is om uit te zoeken of het mogelijk is om een gesloten keten te creëren van gereguleerde wietproductie tot aan de verkoop. Dat strookt niet met mijn idee. Het doel zou moeten zijn om ervoor te zorgen dat de consument massaal overstapt op de gereguleerde wiet.’

Ewoud van der Weijden (Best Friends, Amsterdam). ‘Het was voor mij wel even schrikken toen ik begreep wat “een gevarieerd aanbod van 15 soorten” betekende. Het gaat daarbij dus niet om 15 unieke soorten per shop, maar om een maximum van 15 gereguleerde soorten in heel Nederland.’

Peter Hendriks (Skunk, Roermond). ‘Wij verkopen meer dan 20 soorten in onze shop. Je moet toch meer dan 15 soorten kunnen verkopen? Voor sommige shops is dat misschien niet nodig, maar onze klanten verwachten dat wel van ons. Veel shops willen toch zo veel mogelijk soorten op de kaart hebben staan.’

Handelsvoorraad

Een positieve ontwikkeling de laatste maanden is dat de maximering van de toegestane handelsvoorraad wiet in de shop van 500 gram ter discussie staat. Maar hoe groot zou die toegestane voorraad dan moeten worden tijdens het experiment? Helms legt de vraag voor aan de zaal. Uiteenlopende reacties volgen. ‘Een onbeperkte voorraad!’ ‘Een balans tussen veiligheid (niet teveel) en wat je nodig hebt.’ ‘Het zou afhankelijk van je omzet moeten zijn.’ Iedereen heeft er wel een mening over. Maar Helms wil een getal horen, omdat de Amvb-ambtenaren hem om dat getal vroegen: ‘Het moet transparant worden, dus ze hebben een getal nodig.’ Meer reacties volgen. ‘Het hangt af van welke wiet je inkoopt. Buitenwiet kun je bijvoorbeeld maar een keer per jaar inkopen.’ Iemand stelt een systeem voor waarbij je bijvoorbeeld 10 kg White Widow inkoopt en betaalt, maar dat je die 10 kg in kleine delen ophaalt en de rest bij de kweker in de voorraad kast laat liggen. Een ander stelt een distributiecentrum voor, waarbij er dagelijks iedere ochtend een dagomzet aan de shop wordt geleverd.

Overeenstemming in de zaal over een vast gewicht als maximum handelsvoorraad wordt niet bereikt.

Fasering

Net als de brief van Halsema spreken ook alle ondernemers zich uit voor gefaseerde invoering (over heel Nederland, waarbij in het begin de gereguleerde wiet naast de ouderwetse wiet op de menukaart staat) van het experiment, en voor een vrijwillige invoering. Lankes wijst op het lokale aspect. ‘In iedere gemeente werkt het anders. Gemeenten die zich afvragen of ze mee willen doen met het experiment moeten zich realiseren wat er gebeurt als het misgaat. Dan zullen de coffeeshops verdwijnen en gaan de consumenten hun heil zoeken op de illegale markt.’

Hasj

Hasj en edibles zijn niet weg te denken uit de huidige markt. Daar denken betrokkenen buiten de coffeeshopbranche wat te gemakkelijk over. De ondernemers in de zaal weten zeker dat hun klanten op andere plekken op zoek zullen gaan naar hasj als die niet meer te koop is in de coffeeshop. De Marokkaanse hasj is gewoon niet zomaar te vervangen door in Nederland gemaakte hasj. Er is een lange traditie van hasj-import in Nederland uit het Rifgebergte in Marokko. Die lijnen lopen via families in beide landen en zijn erg stabiel. ‘Hasj krijg je nooit meer weg uit Nederland. Je kunt hier altijd goede Marokkaanse hasj vinden. Als die niet meer in de shop ligt, dan vindt de consument deze hasj wel ergens anders.’ Meerdere aanwezige ondernemers denken dat de Marokkaanse hasj nog weleens een ‘dealbreaker’ zou kunnen worden.

Voorverpakking

De aanwezigen in de zaal reageren eensgezind afwijzend op de kwestie van de voorverpakte wiet. Iemand haalt een voorbeeld aan van Californië waar dispensaries die alleen nog maar voorverpakte wiet verkopen leeglopen. ‘Veel klanten willen de wiet toch even ruiken voor ze hem kopen.’

Tegen het einde van de bijeenkomst wordt er nog een keer naar de VS verwezen als land om naar te kijken als het gaat om de ontwikkelingen op het gebied van de regulering van wiet. ‘De Nederlandse criminoloog Cyrille Fijnaut stelde onlangs bij Nieuwsuur voor om de commissie Knottnerus naar Colorado te sturen om daar de situatie te bestuderen. Als je de goede dingen van daar overneemt en de fouten verbetert en dat systeem hier invoert heb je geen experiment meer nodig.’

Helms sluit positief af. ‘Wie had een paar jaar geleden gedacht dat we nu als gezamenlijke coffeeshops aan tafel zitten bij de ambtenaren op de ministeries? Dat het niet meer gaat over een maximum THC-gehalte, dat er gesproken wordt over een gevarieerd aanbod?’ Samen hebben we veel bereikt en zijn we in gesprek. Hoewel het geen kwaad kan om met een goede kritische blik naar de ontwikkelingen te blijven kijken, heb ik er toch nog een goed gevoel bij. Belangrijk is dat we samen blijven optrekken.’

Redactie BCD, 8 oktober 2018