De Amsterdamse Rekenkamer presenteerde onlangs een vernietigend rapport over de Wallen-aanpak van voormalig wethouder Lodewijk Asscher. Als gevolg van die aanpak werden 26 coffeeshops op de Warmoesstraat en omgeving de nek omgedraaid. Prostituees werden van achter hun ramen verjaagd en werken nu zonder enige vorm van controle. Een volkomen zinledige actie, vindt nu ook de Rekenkamer. Mr. Veldman maakt de balans op van een gedoemd politiek project.

Tien jaar geleden deed toenmalig wethouder Lodewijk Asscher een gooi naar eeuwige politieke roem. In samenspraak met zijn ambtelijke staf onder leiding van topambtenaar Pierre van Rossum lanceerde hij een plan om het Wallengebied in Amsterdam goeddeels pooiervrij en coffeeshoparm te maken. Dit masterplan werd onder de naam Emergo bekend gemaakt. Er was een budget van vele tientallen miljoen euro voor vrijgemaakt.

Als ridder op het witte paard die de achter de ramen opgesloten publieke vrouwen zou bevrijden van hun kwelgeesten dacht de ambitieuze Asscher zijn politieke imago een boostte kunnen geven. Hij publiceerde een nogal pathetisch getoonzet schotschrift tegen de pooiers en verklaarde zichzelf tot beschermheer van prostituees. Hij beloofde zijn politieke leven in te zetten voor de strijd tegen de vrouwenhandel. Hij zou de bezem door het Wallengebied halen om de buurt te upgraden.

Vrouwenhandel is verschrikkelijk, maar het wordt er niet beter van als een politicus met scoringsdrift met deze ellende aan de haal gaat ter vermeerdering van eigen eer en glorie. De prostituees – veelal meiden uit kansarme landen – moesten achter de ramen vandaan worden gehaald zonder dat Asscher zich een moment heeft bekreund waar zij dan terecht kwamen. Ze kwamen in de illegaliteit terecht waar ze ten prooi vielen aan ongecontroleerde uitbuiting met alle gevolgen van dien. In feite werden ze door hun sociaaldemocratische beschermheer aan veel meer gevaren blootgesteld. Maar iedereen die hiervoor waarschuwde werd weggehoond.

"Onwelgevallige ellende"

De Wallen moesten worden opgeschoond van onwelgevallige ellende, om te beginnen met hoerenpanden en coffeeshops. Deze werden voortaan in één adem genoemd, hoewel er historisch en praktisch gezien nooit enige overeenkomst of samenwerkingsverband viel te ontwaren. Voortaan werden zij ‘criminogeen’ genoemd, dat heet misdaad stimulerend. Deze gezonde bedrijven moesten koste wat het kost te gronde worden gericht.

Coffeeshops werden ‘witwasloketten van de onderwereld’ genoemd zonder dat Asscher kon uitleggen hoe deze beschuldiging kon worden onderbouwd. De Amsterdamse coffeeshops reageerden door op te merken dat zij door de overheid sinds jaar en dag worden gedwongen hun wit verdiende geld zwart te wassen bij de inkoop van cannabis. Het bleef stil in het stadhuis.

Zodoende moesten 48 coffeeshops de deuren sluiten. Een flink aantal vanwege het zogeheten scholen- afstandscriterium en de overige coffeeshops sloten de deuren in overgrote mate door de ‘straatgerichte aanpak’ van veldheer Asscher. De logica was ver te zoeken. Sommige straten werden 'criminogeen' verklaard en de omliggende waren dat kennelijk weer niet. Voor het blote oog was er geen enkel verschil waarneembaar.

De Gemeenteraad was destijds nog van sociaaldemocratische signatuur en volgde de wethouder blind in zijn kruistocht tegen 'criminogene' coffeeshops. De Gemeenteraad werd slippendrager van Asscher. Met woorden als ‘aandachtsfuncties’, ‘koersvast’ en ‘keerklepregeling’ werden de Amsterdammers om de tuin geleid.

Het was schokkend te zien hoe de kretologie van de wethouder en zijn technocraten er bij de volksvertegenwoordiging in ging als Gods woord bij een ouderling. De Amsterdammers werd op klassieke wijze een rad voor ogen gedraaid.

"Criminogeen"

Inmiddels zijn we tien jaar later. De term 'criminogeen' werd op last van wijlen burgemeester Eberhard van der Laan inmiddels uit het politieke woordenboek van Amsterdam geschrapt. Maar wat is er verder terecht gekomen van Asschers grote Wallenplan? Weinig tot niets, zo oordeelde de Rekenkamer Amsterdam onlangs. Toegegeven, het Wallengebied maakt geen gevoelens van grote onveiligheid meer los bij het publiek, maar dat was tien jaar geleden niet anders. Maar van de grote doorbraak ontbreekt ieder spoor. De ‘economische opwaardering van de oude binnenstad’ bleef uit.

Tien jaar geleden is namens 48 coffeeshops een zienswijze ingediend als reactie op de voorgenomen sluitingen. Alle argumenten die destijds werden aangevoerd worden thans integraal onderschreven door de Algemene Rekenkamer. De sluiting van 48 coffeeshops heeft niet geleid een opwaardering van de buurt. Integendeel. De vrijgekomen locaties in de Warmoesstraat werden overgenomen door lieden met een vage reputatie die zich met de Wet Bibob niet laten toetsen. Degenen die het veld moesten ruimen ontvingen opmerkelijke bedragen voor enkel het beschikbaar stellen van huurovereenkomsten. De vrijgekomen ruimtes werden overgenomen door partijen van wie niemand weet wat hun achtergronden zijn. Het aanbod is gereduceerd tot hamburgers, pizzapunten, Argentijnse steaks, Hollandse kaas en Nutella wafelwinkels. Monocultuur zegeviert boven diversiteit. De overal aanwezige toeristen deert het geen zier, maar de Amsterdammer blijft verbijsterd achter in zijn eigen binnenstad en verlangt terug naar het verleden, toen de Wallen nog de Wallen waren en geen steriel Disneyland.

Zo lost de sociaaldemocratie nijpende maatschappelijke problemen op. Niet vreemd dat de PvdA inmiddels is gereduceerd tot een politieke lilliputter. Niet vreemd dat Amsterdam sinds de Tweede Wereldoorlog geen burgemeester krijgt met sociaaldemocratisdapche wortels. De Amsterdammer likt zijn wonden.

mr. Maurice Veldman,
Amsterdam, 3 juli 2018