Coffeeshopondernemers worden door Nederlandse banken als ING en Rabobank steeds meer als paria’s behandeld. Hierover publiceerde we vorig jaar al in de column ‘Door de bank genomen’, 28 mei 2020. Sindsdien is de situatie aanzienlijk verslechterd.

Veel coffeeshops bieden hun klanten de mogelijkheid met PIN te betalen: makkelijk en veilig. De meeste klanten betalen liever met pin dan contant. Dat betekent dat coffeeshops steeds minder contant geld binnen krijgen, terwijl de inkoop van cannabis vanwege de illegale achterdeur alleen contant kan worden afgerekend. Coffeeshops zijn dus meer contant geld gaan opnemen van hun rekening, om de inkoop van wiet en hasj te kunnen betalen.

Onmogelijke spagaat

Diverse coffeeshopondernemers kregen de afgelopen twee, drie jaar van hun bank te horen dat er een maximum werd ingesteld voor het opnemen van contant geld. Een limiet van achtduizend euro per maand voor contante opnames wordt door diverse coffeeshopondernemers bevestigd. De ondernemers komen zo in een onmogelijke spagaat terecht, die Maurice Veldman als volgt omschreef:

‘Coffeeshophouders worden voortdurend bestookt met brieven met vragen. Deze betreffen veelal opnames en contante stortingen, maar er worden ook persoonlijke gegevens van de mensen die cannabis aanleveren gevraagd. Inkoopfacturen hoeven niet in de administratie te worden opgenomen, zo heeft de Hoge Raad lang geleden al bepaald. Dit is de logische consequentie van het feit dat coffeeshophouders worden gedwongen cannabis te laten aanvoeren die afkomstig is van de illegale teelt. Dat is moeilijk te begrijpen voor banken. Ik moet dit wekelijks onder verwijzing naar jurisprudentie uitleggen.’

Verplicht cliëntenonderzoek 

De toenemende problemen die coffeeshops met banken ondervinden hebben veel te maken met de aanscherping van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), in juli 2018. Banken en andere financiële instellingen zijn sindsdien verplicht een cliëntenonderzoek te houden bij het aangaan van een financiële relatie, om het risico te beoordelen voor witwassen van crimineel geld of financiering van terrorisme. Coffeeshops gelden als ‘hoog risico’, zodat een uitgebreid cliëntenonderzoek verplicht is.

Verschillende coffeeshopondernemers zijn naar de rechter gestapt nadat een bank hen een zakelijke rekening had geweigerd. De banken beroepen zich daarbij op hun contactvrijheid en op de Wwft. In augustus 2020 oordeelde de rechtbank Rotterdam dat de Rabobank terecht had geweigerd een zakelijke rekening te openen voor een Rotterdamse coffeeshopondernemer. De bank weigerde in 2016 en opnieuw in 2018 een zakelijke rekening, ook al had de ondernemer al een particuliere Rabo rekening. Als reden werd aangevoerd dat de herkomst van een contante storting onvoldoende was onderbouwd.

Pyrrus overwinning 

De Rabobank is niet de enige bank die coffeeshopondernemers financiële dienstverlening weigert. Ook de ING bank maakt zich hier regelmatig schuldig aan. Begin februari 2021 gaf de Amsterdamse voorzieningenrechter ING een tik op de vingers: de bank mocht een Amsterdamse coffeeshopondernemer niet zomaar een zakelijke bankrekening weigeren, met een beroep op de contractvrijheid en de Wwft. Voor de ondernemer was de uitspraak echter een Pyrrus overwinning. Zoals het vakblad Accountancy van Morgen schreef:

‘De coffeeshophouder verliest echter toch het kort geding dat hij tegen ING had aangespannen, ook al wees hij er op dat een registeraccountant en de Belastingdienst niets onregelmatigs hebben aangetroffen. De ondernemer heeft namelijk niet aannemelijk gemaakt dat hij bij geen enkele andere bank terecht kan en dus verstoken blijft van deelname aan het betalingsverkeer. De weigering van ING om een zakelijke rekening te verstrekken is daarom op dit moment niet onrechtmatig, oordeelt de voorzieningenrechter.’

Achterdeurproblematiek 

De voorzieningenrechter erkent in het vonnis dat coffeeshops in een spagaat zitten door de achterdeurproblematiek en ook dat de zogenaamde systeembanken (ING, Rabobank, ABN/AMRO en SNS Bank) een zorgplicht hebben, al is die niet onbegrensd. De rechter schrijft daarover in het vonnis:

‘Het is een feit van algemene bekendheid dat het onmogelijk is in Nederland om legale of door de overheid gedoogde bedrijfsmatige activiteiten te ontplooien zonder toegang te hebben tot het betalingsverkeer, waarvoor een bankrekening nu eenmaal is vereist. Alleen al de Belastingdienst accepteert immers slechts girale betalingen van loonheffingen en (vennootschaps-) belasting. Een bank kan daarom onder bijzondere omstandigheden worden verplicht een contractuele relatie aan te gaan met een rechtspersoon of persoon die niet als consument handelt. Dit kan gevergd worden van met name de systeembanken, gelet op hun cruciale rol binnen de Nederlandse samenleving. Een weigering een zakelijke rekening te verstrekken, kan afhankelijk van de omstandigheden onrechtmatig zijn jegens de betreffende derde.’

Over de achterdeurproblematiek meldt de rechter in het vonnis:

‘Opmerking verdient dat aannemelijk is dat [eiser] niet zonder risico kan blootgeven wie zijn leveranciers zijn zoals ING vraagt, aangezien aan coffeeshops altijd illegale leveranties plaatsvinden (de achterdeurproblematiek). Daarom kan van [eiser] niet gevergd worden dat hij volledig antwoord geeft op deze vragen van ING. De vragen die ING nog heeft, dienen voldoende specifiek aan [eiser] te worden voorgelegd en een eventuele weigering op andere gronden dan die hiervoor reeds zijn besproken, dient door ING afdoende te worden gemotiveerd. Indien hij de nog openstaande vragen van ING naar tevredenheid beantwoordt, is ING (…) de aangewezen partij om aan [eiser] een zakelijke rekening te verschaffen. Het dan nog niet verstrekken van een zakelijke bankrekening zou maatschappelijk onbetamelijk zijn jegens [eiser].’

De les die coffeeshopondernemers uit dit vonnis kunnen trekken: vraag bij alle grote banken een zakelijke rekening aan en vraag bij weigering om een schriftelijke verklaring van de redenen voor de afwijzing. In de woorden van de voorzieningenrechter: ‘Hiervoor dient [eiser] met stukken te onderbouwen dat hij bij deze drie banken een aanvraag heeft gedaan en dat hij de door deze banken gestelde vragen heeft beantwoord, maar dat deze hem desondanks als zakelijke klant hebben geweigerd. ‘.

Boter op het hoofd 

De aandacht van banken voor coffeeshopondernemers steekt schril af bij de schikkingen die diezelfde banken met justitie hebben getroffen vanwege grootschalig witwassen. Oer-Hollandse spreekwoorden over de pot en de ketel en boter op het hoofd dringen zich op.

Niet alleen de banken, ook politieke partijen leggen onevenredig veel nadruk op drugs en het even populaire als ongrijpbare begrip ondermijning. Die conclusie trekken onderzoeksjournalisten Bart de Koning en Hugo Rasch in een recente analyse op de website Follow The Money. Zij onderzochten de verkiezingsprogramma’s van de dertien partijen die -voor de verkiezingen van 17 maart 2021- in de Tweede Kamer zaten.

Corruptie in de bovenwereld 

‘Als het gaat om misdaad, valt op dat Nederlandse politici vooral bezorgd zijn over drugs en ondermijning’, schrijven De Koning en Rasch. ‘Die termen turfden we samen 102 keer.’ En: ‘De partijen die het hardste roepen over drugs en ‘ondermijning’, lijken zich ondertussen nauwelijks zorgen te maken over corruptie en integriteit.’ Die partijen sluiten hun ogen voor de omvangrijke corruptie in de bovenwereld: ‘Gerenommeerde Nederlandse bedrijven als SBM en Shell zijn op dit moment verwikkeld in reusachtige corruptieschandalen, maar de Nederlandse politiek besteedt daar in de programma’s geen aandacht aan.’

De conclusie van De Koning en Rasch: ‘Al met al bevestigen de verkiezingsprogramma’s het beeld dat Nederlandse politici al decennia schetsen: met de Nederlandse bovenwereld is niets mis, de problemen zitten vooral in de onderwereld. Follow the Money heeft al vaker geschreven dat dat beeld niet klopt: er gaat veel meer geld om in financiële schandalen in de bovenwereld dan in de onderwereld.’

Drugs en fout geld uit de onderwereld 

Volgens de meest recente schatting van Brigitte Unger, onderzoekster gespecialiseerd in witwassen aan de Universiteit Utrecht, wordt er in Nederland jaarlijks 13 miljard euro witgewassen. Drie miljard daarvan is afkomstig uit drugs, vooral harddrugs, en zo’n tien miljard uit fraude, met name beleggingsfraude, belastingfraude en verzekeringsfraude. Droogjes constateert Follow The Money: ‘Die verhoudingen zijn niet terug te vinden in de prioriteiten die de partijen in hun programma’s leggen. Daar ligt de nadruk overweldigend op drugs en fout geld uit de onderwereld.’

En dat terwijl er op de Zuidas ‘veel meer te halen is’, schrijven De Koning en Rasch: ‘Deze week werd bekend dat het Openbaar Ministerie zijn onderzoek naar witwaspraktijken bij ABN Amro uitbreidt. Het vorige grote onderzoek naar witwaspraktijken bij een Nederlandse bank, te weten ING, leverde de schatkist in één klap 775 miljoen euro op.’ Het OM doet sinds september 2019 onderzoek naar de vraag of ABN AMRO wel genoeg deed om witwassen te voorkomen. Dat onderzoek is nu uitgebreid met de verdenking van ‘schuldwitwassen’: de bank had moeten weten dat bepaalde transacties niet in de haak waren, maar deed er niets tegen.

ABN AMRO torpedeerde witwasonderzoek 

Daar komt een recente scoop van Follow The Money bovenop. De top van ABN AMRO blijkt in 2014 een gezamenlijk witwasonderzoek met justitie te hebben getorpedeerd, onthulde de website op 20 maart 2021. Na een jaar voorbereiding en planning krabbelde de bank, toen geleid door voormalig minister van financiën en VVD-coryfee Gerrit Zalm, terug, letterlijk één dag voordat er een groot data-onderzoek plaats zou vinden. Citaat uit de reconstructie van Follow The Money:

‘ABN Amro is bang om ‘zeer negatief in de pers’ te komen, mailt een betrokken bankier op 23 juni aan het OM. Het delen van klantgegevens met externe partijen, waaronder het Openbaar Ministerie, ligt gevoelig vanwege privacywetgeving. De bankiers vrezen dat hun medewerking aan het dataproject op straat komt te liggen; dat zou de bank klanten kunnen kosten.’

Zondebokken en sitting ducks 

Onthullingen als deze zullen extra wrang in de oren klinken van coffeeshopondernemers die dagelijks problemen hebben met hun bank of die basale financiële dienstverlening moeten afdwingen bij de rechter. Steeds weer blijkt dat er met twee maten wordt gemeten en dat de coffeeshops nog altijd zondebokken zijn en sitting ducks. Als reactie op de aanhoudende bankenproblematiek verkent een werkgroep van coffeeshopondernemers inmiddels de mogelijkheden voor gezamenlijke juridische stappen tegen de banken.

Dat dit anno 2021 nodig is, mag een gotspe heten. Meer dan elf jaar geleden, op 18 januari 2010, stuurde toenmalig minister van financiën Wouter Bos een brief aan de Nederlandse Vereniging van Banken over financiële dienstverlening aan coffeeshops, die aan duidelijkheid niets te wensen overliet. Bos: ‘Vanuit mijn perspectief is het noodzakelijk dat zeker gesteld wordt dat naast legale ook gedoogde bedrijven toegang hebben tot betaalfaciliteiten. Deze bedrijfstakken categoraal uitsluiten van betaalfaciliteiten die noodzakelijk zijn voor een maatschappelijk geaccepteerde deelname aan het economisch verkeer, is ongewenst.’

De Nederlandse systeembanken ondermijnen het coffeeshopbeleid van de Rijksoverheid door bona fide coffeeshopondernemers met een gedoogvergunning essentiële financiële diensten te weigeren. Erkenning en een structurele oplossing van deze evidente misstand zouden prima passen in de nieuwe bestuurscultuur, waarover in Den Haag dezer dagen zoveel mooie woorden worden gesproken.

Redactie BCD, 9 april 2021


Bronnen:

Door de Bank genomen, Column Maurice Veldman, BCD website, 28 mei 2020
https://coffeeshopbond.nl/blog/door-de-bank-genomen

Bij ING geweigerde coffeeshophouder beroept zich op onderzoek accountant en fiscus, Accountancy van Morgen, 3 maart 2021
https://www.accountancyvanmorgen.nl/2021/03/03/bij-ing-geweigerde-coffee...