Een column van een zeer ervaren blower op een website voor cannabisliefhebbers legt uit waarom het delen van een joint eigenlijk helemaal niet zo vanzelfsprekend is. Zijn betoog levert gefronste wenkbrauwen op bij de oude garde van cannabisliefhebbers.

De joint. Geprezen, aanbeden, verguisd, vergruisd, benijd, opgejaagd… Maar van oudsher altijd gedeeld onder medeblowers. Hoewel: Waar het tien jaar geleden nog normaal was dat je je joint met anderen deelde, lijkt het de laatste jaren alsof steeds meer mensen hun eigen joint roken. Vrienden zitten samen aan een tafel aan hun eigen beeldschermpje gekluisterd, met ieder een eigen joint tussen de lippen. Maar klopt dit beeld wel?

Historisch besef

Eind jaren veertig kwam het wietroken via artistieke kringen Nederland binnen. Het boek ‘Het Kruid de Krant en de Kroongetuigen’ (1993) van Nicole Maalsté beschrijft dat jazzliefhebbers elkaar ontmoetten in de Sheherazade, een club in de Wagenstraat van Amsterdam. Amerikaanse jazzmusici die daar optraden namen marihuana mee naar Nederland. Mensen (zoals journalist Jan Vrijman) die in die jazzwereld rondhingen kwamen zo in aanraking met ‘weed’, zoals de Amerikanen het noemden. Weinig mensen wisten in die tijd nog wat het was.

‘De eerste cannabisgebruikers in Nederland behoren dus tot een groep mensen die zich zeer exclusief en exotisch voelden binnen hun eigen kringetje,’ is te lezen in ‘Het Kruid’. ‘Het is een elitair gezelschap van jazzmusici en jazzliefhebbers met hun eigen rituelen. Het roken van weed is een soort herkenningscode, een bindend element waaraan mensen elkaar herkennen. Ze zetten zich daarbij af tegen alles wat ‘square’ is.’ [In die periode stonden de ‘squares’ voor de grijze muizen, de saaie massa in de samenleving]. In het gezelschap van ‘squares’ geven de ‘rokers’ dan een ‘reefer’ aan elkaar door. Jan Vrijman: ‘Dan zaten er bijvoorbeeld twintig ‘squares’ en drie ’rokers’. Dan gaf je onderling die ‘sigaret’ door. Het had iets van een geheim verbond en die anderen wisten van niets. Die dachten: O wat aardig, hij laat die anderen een trekje van zijn sigaret nemen. Maar wij wisten wel beter.’

Delen

Het delen van een joint heeft van oudsher iets sympathieks. Het straalt een gezamenlijkheid uit, het bindt mensen en is een gebaar van ‘samen delen’. Dat zijn waarden die je koestert in een samenleving waarin individuen steeds meer afstand van elkaar hebben en het ‘samen’ steeds vaker onder druk staat. Natuurlijk, je kunt je afvragen hoe hygiënisch het is dat je iets in je mond neemt dat net tussen de lippen van iemand anders vandaan komt (hoewel dit ook weer een goede training voor je weerstand is). Ook is het met het verschillende aanbod aan cannabisvariëteiten maar de vraag of de joint die rondgaat jou qua smaak en effect bekoort. Maar je moet het bindende element van dat delen van een joint niet zomaar bij het grofvuil zetten. ‘Samen’ is een belangrijk element in het begrip ‘samenleven’, in een leefbare samenleving.

Mooi gebruik

Je kunt deze kwestie doortrekken naar de coffeeshop. Een coffeeshop heeft van origine ook een functie om mensen samen te brengen. Een sociale functie. Mensen die samenkomen, samen dingen doen, samen voor iets gaan… De mens is een sociaal dier, hoezeer dat sociale ook onder druk staat. In zo’n context binnen een coffeeshop waar samenkomen en delen centraal staan zou je verwachten dat het delen van een joint normaal is, of dat er in ieder geval een lans voor moet worden gebroken. Natuurlijk hoeft niet iedere joint gedeeld te worden. Maar het is een te mooi gebruik om verloren te laten gaan.

To join

De naam joint heeft overigens niets te maken met ‘to join somewhere’, ‘ergens samenkomen’. To join betekent ook: ‘samenvoegen’, in het geval van de joint gaat het daarbij om het samenvoegen van tabak en wiet/hasj. Tegenover de joint staat het ‘stickie’, waarbij de wiet niet wordt gemengd met tabak.

Op een enkele website voor blowers en growers zijn ‘regels’ te vinden voor het delen van joints. Bij de do’s en don’ts gaat de site ervanuit dat het delen van een joint normaal is, maar dat er bij het ritueel wel wat regeltjes in acht dienen te worden genomen. ‘Houd die joint niet te lang vast’, is een van die regeltjes. ‘Don’t Bogart that joint’ was in de VS altijd een gevleugelde uitdrukking in dat soort gevallen. Humphrey Bogart, een Amerikaanse filmlegende, stond erom bekend dat hij altijd een sigaret in zijn handen had.

Zelfmedicatie

Gaat de gedeelde joint verloren? Als je het aan een coffeeshopondernemer uit Utrecht vraagt zegt hij: ‘Het is een hippie ding, dat delen van een joint. ‘Alles is van iedereen’ was de gedachte, ‘privébezit’ was in de jaren 70 een vies woord. Daar wordt nu heel anders over gedacht. In onze shop zie ik het nauwelijks nog dat klanten een joint delen.’

Een andere coffeeshopondernemer ziet het ‘eigen joint eerst’-principe ook meer dan vroeger in zijn shop. Zijn uitleg: ‘Wiet is relatief vrij duur geworden in vergelijking met vroeger. Daarnaast gebruiken veel mensen cannabis tegenwoordig als een vorm van zelfmedicatie. Ze hebben het echt nodig om te functioneren en kunnen zich niet de luxe permitteren om hun ‘medicijn’ te delen met anderen.’ Toch ziet hij wel dat de mensen in de coffeeshop samen veel interactie hebben. De shop brengt mensen samen.

‘Niets moet’

In de rookruimte van een coffeeshop in Den Haag zit het op dinsdagmiddag niet vol. De dame achter de bar legt uit dat mensen boven hun wiet kopen en dan in de rookruimte komen oproken. ‘Meestal rookt ieder zijn eigen wiet, volgens mij. Maar mensen zitten hier wel gezellig samen hoor!’ zegt de dame. ‘Dat mensen wel of niet hun joint delen is eigenlijk helemaal geen issue. Ik heb het er eerlijk gezegd nog nooit over gehad. In een hoek zitten twee mannen die wat ouder zijn. Ze delen een joint! ‘Effe een rookpauze,’ grijnst een van de mannen. Ik had geen geld bij me vandaag. En daarom delen we de joint. Dat doen we wel vaker, maar het is niet standaard ofzo: Niets moet!’

De Ridder radio

Op een live radio-uitzending van Ridderradio bespreken een aantal cannabisliefhebbers het thema ‘delen of niet?’. De deelnemers aan de uitzending zijn het erover eens dat het al dan niet delen van een joint van een hoop factoren afhangt. Hygiëne wordt niet als een belangrijke factor gezien. ‘Je ziet dat sommigen het mondstuk met een brandende aansteker even desinfecteren, zo zou je een slecht gevoel bij het delen van een joint kunnen neutraliseren.’ Afgaand op de commentaren in de uitzending loopt het delen van een joint niet echt terug. Het is een gebruik dat veel voorkomt. Een factor die bepaalt of je wel of niet deelt is bijvoorbeeld hoeveel wiet er ter beschikking staat. Als mensen weinig geld hebben en een gram wiet een hele investering is, zijn ze minder geneigd hun joint te delen. Als het blowen ergens illegaal is heb je net weer wel de neiging om samen in een schuitje te gaan zitten en te delen. ‘Samen sterk’ is daarbij het idee. Maar het belangrijkste is gewoon de individuele voorkeur van iemand. Deel je het liefst, of doe je liefst jouw specifieke ding in je eentje?

Een van de aan de uitzending deelnemende coffeeshopondernemers stond vroeger berucht om de joints die hij op feestjes liet rondgaan. Iemand die deze ondernemer nog kent van vroeger vertelt: ‘Iedereen zat dan in een kring en die jongen draaide dan een joint, waar iedereen wel in geïnteresseerd was omdat hij een coffeeshop had. Maar die joints waren nogal sterk. Het kwam regelmatig voor dat de mensen die dan een paar trekjes hadden genomen van de joint een uur lang geen woord meer konden uitbrengen. Het feestje lag dan even plat, zogezegd. De jointdraaier in kwestie had daar grote schik in.’

Een tweede coffeeshopondernemer in de uitzending vertelt later telefonisch dat hij in zijn shops feestelijke joints met 5 gram wiet verkoopt. ‘Dat zijn joints die je met zijn allen deelt op een verjaardagsfeest of zo. Als vrienden doe je iemand dan zo’n gezellige joint cadeau, om hem vervolgens samen op te roken. Ik zie nog steeds de behoefte om samen te delen om mij heen. Mensen gaan in de zomer in het park zitten en nemen allemaal wat te eten en te drinken en te roken mee. En dat wordt allemaal gedeeld. Dat doen mensen van alle rangen en standen nog steeds. Dat is gewoon menselijk.’

Cannabis brengt samen

Over het delen van joints zijn waarschijnlijk boeken vol te schrijven. Het is een mooi fenomeen. Cannabis brengt mensen hoe dan ook samen. Coffeeshops, cannabis en saamhorigheid is een gevoelsmatige drie-eenheid. Maar het is niet in beton gebeiteld dat je een joint altijd moet delen.

Redactie BCD, 31 januari 2019

https://www.cnnbs.nl/column-%E2%80%A2-waarom-joints-delen-niet-vanzelfsprekend-is/

https://www.zamnesia.nl/blog-do-s-en-don-ts-bij-het-roken-van-joints-n1523