Het wietexperiment begint bij steeds meer coffeeshopondernemers een meer uitgesproken gevoel op te leveren. In dit artikel komen drie ondernemers aan het woord over hun animo voor het experiment.

[De namen van de ondernemers in dit artikel komen niet overeen met hun werkelijke namen.]

Henk komt uit een grote gemeente met meer dan tien coffeeshops. Het klopt volgens hem niet dat er nu al wordt gekeken naar welke gemeente aan het experiment gaan deelnemen, terwijl de randvoorwaarden op dit moment nog niet bekend zijn. Zowel een gemeente als een shop kunnen pas bepalen of deelname aan het experiment een goed idee is als bekend is wat wel en niet mag tijdens het experiment. De VNG staat volgens Henk achter deze redenering: ‘Het experiment zou zo moeten worden ingericht dat je makkelijk en bliksemsnel kunt ingrijpen als monitoring laat zien dat er iets gruwelijk misgaat. Als de klanten de gereguleerde wiet bijvoorbeeld niet vertrouwen en het coffeeshopbezoek daalt moet er in no time worden ingegrepen. Je moet er continu bovenop zitten. Anders loop je het risico dat de klanten overstappen naar de straatdealer.’

Een heikel punt. Stel dat de experimentwiet niet loopt, dan moet een producent zo snel mogelijk andere wiet kunnen aanbieden. Maar hoe lang gaat daar overheen? Enkele weken of nog langer? En wat gebeurt er dan met je shop? Keert iedereen je shop de rug toe?

Doel

Het doel van het experiment is om uit te zoeken of het mogelijk is om een gesloten cannabisketen te creëren, lieten ambtenaren weten die de AmvB aan het opstellen zijn die het wietexperiment regelt. ‘Dat is dus eigenlijk een vrij technisch verhaal,’ aldus Henk. ‘Ik dacht eigenlijk al die tijd dat het doel was om consumenten aan veilige cannabis te helpen en daarbij het illegale circuit uit te schakelen.’

Durf te leren

Een groeiend aantal coffeeshopondernemers dat positief staat ten opzichte van een experiment met de gereguleerde achterdeur is in de afgelopen maanden een ‘gezond kritisch’ standpunt in gaan nemen. Henk is één van hen. ‘Ik ben zeer gecharmeerd van het idee “Durf te leren” van Camps.’ Secretaris-generaal Maarten Camps van Economische Zaken introduceerde in zijn nieuwjaarsartikel van 2017 een nieuwe manier om beleid in te voeren. Hij stelde dat de traditionele wijze van beleid ontwikkelen voor het oplossen van complexe problemen in een dynamische en internationaal verweven wereld niet meer in alle gevallen passend is. Binnen deze maatschappelijke dynamiek is het volgens Camps van belang om burgers en bedrijven te betrekken en beleid tijdig bij te sturen op basis van feitelijke informatie. Bij het wietexperiment zou dat neerkomen op strakke monitoring en continu bijsturen. Henk: ‘Voor het wietexperiment zou het ook goed zijn om in fases te werken. Ik doel daarmee op een stapsgewijze invoering van het experiment bij alle coffeeshops in Nederland, maar ook op het stapsgewijs invoeren van gereguleerde wiet naast het bestaande aanbod. Naast de wiet die we nu verkopen zou er dan ook gereguleerde wiet op de menukaart komen te staan’. Het idee daarbij is dat de gereguleerde wiet van zo’n goede kwaliteit is dat de illegale wiet langzaam maar zeker uit de markt wordt gedrukt. Beetje bij beetje verdwijnt op deze manier de illegaal gekweekte wiet uit het assortiment van de coffeeshop.

Tegen

De ondernemers van de stad waarin Henk zijn coffeeshop runt hebben zich vorige week uitgesproken tegen deelname aan het wietexperiment. ‘Onze belangrijkste reden: het experiment zoals het er nu ligt biedt te weinig instrumenten om in te grijpen als het misgaat. Er wordt wel gesproken over monitoring, maar daar vertrouwen we niet op.’ Ook het feit dat er geen hasj mag verkocht binnen het experiment vinden de coffeeshops in zijn gemeente onacceptabel. ‘Het experiment met een gereguleerde achterdeur is een sympathiek idee, maar het biedt gewoon nog te veel onzekerheden wat ons betreft’, is de korte samenvatting van Henk’s ideeën over het experiment.

Toch positief

Henk sluit af met een positieve opmerking. ‘Je kunt ervan vinden wat je wil, maar er is nu voor het eerst een direct overleg tussen coffeeshops met ambtenaren op hoog niveau. Dat is historisch te noemen. Het is een unieke kans voor de shops om ervoor te zorgen dat de ministeries hun mening over coffeeshops bijstellen. Want ik merk dat ambtenaren nog steeds het beeld hebben van een schimmige coffeeshopsector’.

Sal

Sal is de tweede ondernemer in dit artikel. Hij heeft een zaak ver buiten de Randstad. Ook hij staat in principe zeer positief tegenover een experiment met de achterdeur. ‘In het adviesrapport van Knottnerus staan een aantal mooie dingen. Als arts heeft hij natuurlijk gelijk dat het tabaksgebruik moet worden ontmoedigd. In principe sta ik daarin achter hem. Ik zou hem daarom wel willen meegeven dat hij zijn idee over edibles zou moeten herzien. Edibles zijn niet meer weg te denken. En ze vormen een deel van de oplossing voor het tabaksprobleem’.

45% ‘vergeten’

Het ‘vergeten’ van edibles vormt een deel van de groeiende kritische houding ten aanzien van het experiment. ‘Zo’n 45% van de omzet doet niet mee met experiment,’ legt Sal uit. ‘Allereerst mis je natuurlijk de hasjverkoop. Daarnaast hebben we hebben het gevoel dat de voorgedraaide joints niet zullen worden toegestaan in het experiment. Deze joints bevatten tabak en ze zijn niet meer te maken als de aangeleverde wiet voorverpakt is en alleen maar voorverpakt mag worden verkocht. Verder is er in dit experiment geen plek voor buitenwiet en ook niet voor buitenlandse wiet. Daar is in onze shop toch behoorlijk wat vraag naar. Daarnaast zijn edibles niet toegestaan. Nu verkopen we brownies, cake en chocolaatjes. Opgeteld zouden wij 40-50% van onze omzet verliezen zonder al deze cannabisproducten. Dat staat gelijk aan economische zelfmoord.’

Kamikaze

Dit alleen al is voor Sal en de andere coffeeshops in zijn gemeente een reden om niet mee te doen aan het experiment. De burgemeester staat achter de keuze van de coffeeshops. Maar er zijn meer redenen om niet mee te doen: ‘We weten niet hoe het experiment zal worden ingericht. Je kunt als gemeente toch niet deelnemen aan een spel waarvan pas later de regels worden vastgesteld?’ De burgemeester en de coffeeshops zien deelname aan het experiment daarom als een kamikazeactie van het coffeeshopsysteem. ‘De marktbalans van nu wordt verstoord door het experiment. Vanuit de christelijke hoek wordt er geen traan om gelaten als de coffeeshops het experiment niet overleven. Ze zien het als een boeiend experiment misschien. Maar voor coffeeshops staat er veel op het spel. Als er iets misgaat met het experiment, als de klanten wegblijven of de bevoorrading minder loopt dan voorheen was bedacht, dan sneuvelen de coffeeshops. De illegale markt draait zich aan de zijlijn al klaar om op te schalen.’ Zoals de politiek er nu in staat kan het goed zijn dat Den Haag de coffeeshops loslaat als het experiment op een mislukking uitdraait. De consument is dan aangewezen op de illegale markt. ‘Ik zeg de laatste weken regelmatig dat ze een experiment gaan doen met de volksgezondheid.’

Negatieve grondhouding

Sal staat verder kritisch tegenover het vertrekpunt van het experiment. ‘Het idee van een experiment is een grote stap voorwaarts. Maar twee van de vier partijen die deel uitmaken van de huidige coalitie tolereren het experiment slechts, ze staan er niet achter. Ze blijven uitgaan van een negatieve grondhouding. Ze willen dat het experiment na vier jaar wordt teruggedraaid en gaan ervanuit dat het experiment mislukt. Ze zijn tegen coffeeshops en denken nog steeds dat coffeeshops de oorzaak zijn van cannabisgebruik. Met deze grondhouding kan het experiment nooit slagen.’ Sal meent dat de randvoorwaarden die onder druk van deze partijen worden gesteld het experiment zullen laten mislukken.

Alternatieven

Afgaande op de ontwikkelingen en reacties op de voorstellen van Knottnerus over de inrichting van het experiment lijkt het Sal het beste om voor gemeenten te kiezen waar maar weinig schade kan worden aangericht: ‘Ik zou het experiment beperken tot gemeenten met slechts één coffeeshop.’ Een andere optie is om eens te kijken naar gemeenten met een nulbeleid. ‘Dit experimentplan is inmiddels zo aangetast dat het niet meer toepasbaar is in een gemeente met meerdere coffeeshops. Maar waarom zouden ze het niet ombouwen naar een experiment voor gemeenten waar nu nog geen coffeeshop is? Daar zijn waarschijnlijk wel blowers. De overheid kan in die gemeenten zonder schade aan te richten naar believen experimenteren met het aanbieden van gereguleerde wiet. In deze gemeenten weet je dat iedere gram wiet die je verkoopt leidt tot minder winst in het illegale circuit.’

Het laatste idee dat Sal oppert is dat de branche zelf een experiment inricht. ‘Veel coffeeshops willen graag een gereguleerde achterdeur, maar niet volgens de huidige Haagse ideeën. Is het dan niet gewoon eens tijd om als cannabissector zelf met een vorm van gereguleerde wiet te komen?’

Elie

‘Het is bizar dat middelen die veel schadelijker zijn dan cannabis -tabak en alcohol- gewoon mogen worden geproduceerd, en dat de cannabisproductie illegaal is. Daarom moeten we toe naar een gereguleerde situatie’, zegt Elie, onderneemster nummer drie. Elie is eigenares van de enige coffeeshop die haar gemeente rijk is. De gemeenteraad is er nog niet over uit of de gemeente mee zou moeten doen aan het experiment.

‘Knottnerus heeft het over diversiteit van het experiment. Er moet een gemeente meedoen uit een grensgebied, een gemeente met een of twee shops, gemeenten met wat meer shops, een gemeente uit een landelijke regio, eentje uit een drukker bevolkte regio en ga zo maar door. Het past niet in dat plaatje om alleen maar gemeenten met slechts één shop mee te laten doen.’ Elie reageert daarmee op het voorstel van Sal.

Criminogeen

Een aantal coffeeshopondernemers is de laatste tijd langs geweest bij de commissie en de ambtenaren die bezig zijn met het stellen van de kaders voor het experiment. Elie: ‘Ze denken dat ze op dit moment veel invloed hebben op wat er gaat gebeuren met de cannabisbranche. Ik denk zelf dat dit niet zo is. Naar iemand luisteren betekent nog niet dat ze gaan doen wat de coffeeshopondernemers vinden dat er moet gebeuren.’ Volgens de onderneemster bestaat er bij bestuurders en ambtenaren een hardnekkig beeld over criminogene coffeeshopsector. ‘Er hangt een zweem van criminaliteit om onze branche, denken ze. Neem de weerstand tegen het idee dat coffeeshops zelf ook zouden gaan kweken binnen het experiment. Vertical integration heet dat in de VS. Verticale integratie. De kweek en verkoop zijn dan in één hand. Knottnerus spreekt zich uit tegen deze verticale integratie, omdat dat tot belangenverstrengeling zou gaan leiden. Maar als een bakker zelf het brood bakt dat hij in de winkel verkoopt spreekt toch ook niemand van belangenverstrengeling?’ Volgens Elie zou dit in de toekomst nog wel eens tot stevige rechtszaken kunnen leiden: ‘Als alle vergunningen naar grote jongens in het Westland gaan en er wordt een zaak aangespannen door een paar coffeeshopondernemers op basis van het gelijkheidsbeginsel, dan zouden ze dat nog best wel eens kunnen winnen. Als Westlanders mogen inschrijven op een vergunning, dan mogen coffeeshopondernemers dat toch zeker ook?’

Wet Bergkamp

Elie ziet het huidige experiment als een politiek compromis. Ze hoopt op een meerderheid in de Eerste Kamer voor het oude wetsvoorstel van Vera Bergkamp. ‘Met de Wietwet kun je die regulering veel beter organiseren. Hoe je het ook wendt of keert, Nederland zal de cannabisproductie en verkoop vroeg of laat toch gaan reguleren. Er wordt zoveel bagger verkocht. Wiet met verzwaringsmiddelen en pesticiden, dat kun je in deze tijd toch niet meer maken?’ De overheid moet ervoor zorgen dat de consument in een coffeeshop terecht kan voor een goed en eerlijk product zonder troep, vindt ze. ‘En dan is het logisch dat daar ook normaal belasting over wordt betaald, toch?’

Drie meningen van ondernemers. De aanloop naar het experiment duurt al maanden. En het zal nog wel even duren voor het experiment zal starten. De coffeeshop sector zal veranderen, zoveel is zeker. Ondernemers hebben daar steeds meer een goed doordachte mening over. Ambtenaren bestuurders en politici doen er goed aan om te blijven luisteren naar de geluiden uit de branche, ook al komen die niet altijd overeen met hun ideeën.

Redactie BCD, 20 september 2018