Vorig jaar stopte August de Loor na dertig jaar met zijn Adviesburo Drugs. Sinds hij in 1970 Nederlands eerste straathoekwerker werd, is hij betrokken bij alles rond drugs en drugsbeleid. Achter de schermen speelt August nog steeds een belangrijke rol. Richting de overheid, maar ook richting de coffeeshopbranche. “We hebben veertig jaar coffeeshops in Nederland en cannabis is uitgegroeid tot een volksgenotsmiddel. Dan moet de branche zeggen: wij hebben, net als cafés, een niet meer weg te denken sociaal-culturele functie in de samenleving.”

We spreken August thuis in de Amsterdamse Kerkstraat. Een interview met de geboren Amsterdammer wordt onvermijdelijk een college over drugs en de manier waarop de maatschappij daar mee omgaat. Hij vond in 1981 de spuitenomruil uit tegen AIDS onder junkies, in 1986 de XTC sneltest op houseparties en het Red Alert systeem om alarm te slaan als er vervuilde drugs in omloop zijn. En hij was in 1993 de initiatiefnemer van de eerste coffeeshopbond in Nederland (Bond van Cannabis Detaillisten) en een jaar later van de VLOS (Vereniging Landelijk Overleg Smartproducten). Tot zijn belangrijkste leermeesters rekent hij Koos Zwart en Jan Schaefer, de wethouder die een revolutie veroorzaakte in de Amsterdamse woningbouw en stadsplanning. Via Schaefer leerde hij Eberhard van der Laan kennen, jaren voordat hij burgemeester werd.

Straatdealers

August had een zeer kort lijntje met de burgemeester. Eén van hun laatste gesprekken voordat Van der Laan in oktober overleed, ging over de straatdealers in de stad. “De meeste overlast gevende straatdealertjes zijn Marokkaanse kids, 18-23. Die moet je om veel redenen aanpakken. Bijvoorbeeld, de afgelopen vijf, zes jaar heeft een groot deel van de jihadisten die in Europa aanslagen plegen een straatdeal verleden. De jihadisten die het vliegveld van Zaventem opbliezen, die in Berlijn met een truck op de kerstmarkt inreed: ze komen allemaal uit de heavy straatdopewereld. Ik heb hier in Amsterdam al meerdere malen gezien dat die straatdealers worden opgehitst door zo’n lange baard imam om hun bedorven straatdealleefstijl in te ruilen voor de extreme vorm van islam. Ergo: van het ene naar het andere isolement.” Van der Laan kon zijn oren niet geloven. “Ik zag zijn koppie scheef gaan toen ik hem uitlegde: jij hebt met je scholenafstand van het sluiten van veel coffeeshops in Amsterdam -per toeval, dat wist jij niet- ook Marokkaans georiënteerde coffeeshops gesloten. En dat heeft voor heel veel kwaad bloed gezorgd, met dito meer Marokkaanse straatdealers!”

Alles heeft met elkaar te maken, wil hij maar zeggen. Maar dan moet je wel inzicht hebben in de drugswereld én voelhoorns in de samenleving. “Het is die samenhang die veel te weinig ontwikkeld is binnen de officiële instanties. Het zijn de Trimbos instituten en de verslavingsinstanties die het drugsbeleid voor grote evenementen bepalen, terwijl ze zich steeds meer laten beïnvloeden door de overheid en de politieke mores van het moment. Neem het gratis water beleid voor het Amsterdam Dance Event, een doorgeschoten maatregel waarmee ze denken XTC doden te voorkomen. Maar XTC doden bestaan niet! Er is altijd veel meer aan de hand, zoals een vrouw die als XTC dode werd omschreven, maar in haar eigen zweet was gestorven omdat ze een latex pak droeg op een fetisjparty. Ze had een hoge positie bij de politie en durfde niet naar de EHBO te gaan. Ze stierf dus niet door XTC maar door het taboe rond het gebruik en daar helpt gratis water geen moer bij!”

Op basis van bijna een halve eeuw ervaring heeft August weinig vertrouwen in de kabinetsplannen voor regulering van cannabis. “Ik maak me ernstig zorgen hoe dat er uit gaat zien.” Binnen de coffeeshopbranche ziet hij dat een deel eigenlijk geen verandering wil van de illegale achterdeur. “Dan denk ik: wordt wakker, het is geen jaren zestig meer, cannabis is allang uitgegroeid tot een volksgenotsmiddel! Aan de andere kant is een deel van de coffeeshopbranche zo naïef dat zij het heil van de legalisering van de overheid verwacht. Maar van staatswiet kan je toch nooit high of stoned worden!” Voor August geldt: “Het is de consument waar je vanuit moet gaan. De diversiteit aan soorten hasj en wiet moet in stand blijven en dat binnen de sociale functie van coffeeshops.”

Binnen de branche wordt teveel tijd verspild aan discussies over wie wel en niet een bonafide coffeeshop is, vindt August. “Dat bepaalt de rechter toch? Als coffeeshopbond moet je altijd vierkant achter je achterban staan, zelfs achter de meest klootzakkerige coffeeshop. Zoals een advocaat achter zijn cliënt blijft staan. Dáár moet voor geknokt worden: de sociaal-culturele functie van coffeeshops. Ja, het aantal straatdealers neemt toe als door de scholenafstand of ander beleid coffeeshops gesloten worden. Maar door alleen dat argument te gebruiken verlaagt de branche zich tot dat niveau van die straatdealers. Ik hoor nergens vanuit de coffeeshopbonden dat door het sluiten van coffeeshops een rasta het risico loopt van dat zijn  favoriete rasta coffeeshop gesloten is en hij gedwongen wordt om naar een middle of the road coffeeshop te gaan. Als ik voor mijn pilsje gedwongen wordt om naar een André Hazes café  te moeten, nou, dan neemt de kans dat ik alcoholist wordt alleen maar toe! Er moeten mensen zijn die tegen de coffeeshopwereld zeggen: jullie moeten jullie zelf veel beter voor pers en politiek profileren. Dus geen Cannabis Connect, maar Coffeeshop Connect.  De branche laat zich haar negatieve imago veel te makkelijk aanleunen. Daardoor kan de burgemeester van Rotterdam vrolijk beweren dat hij legalisering van cannabis wil regelen via staatswinkels of via internet, waarmee hij de coffeeshop bij het grof vuil zet!”

Wat nodig is, kortom is meer trots en meer nadruk op de kracht van de coffeeshop en de normalisering van cannabis. “We hebben veertig jaar coffeeshops, vier generaties van consumenten
en cannabis is uitgegroeid tot een volksgenotsmiddel. Dan moet de branche zeggen: wij hebben, net als cafés, een niet meer weg te denken sociaal-culturele functie in de samenleving. Coffeeshops zijn de café-slijterijen van vroeger maar dan nu voor cannabis. Ze zorgen voor de scheiding van de drugsmarkten en beperken de straathandel, maar dat zijn langzamerhand bijkomstige voordelen. Waar het echt om draait is dat het legaliseren van cannabis de rechtstaat dient, zodat honderdduizenden consumenten in alle lagen van de bevolking niet meer in de marge hoeven te blijven.” En waarom zetten coffeeshops eigenlijk nooit vraagtekens bij het afficheringsverbod? “Iedere toeristenwinkel, het hele Waterlooplein hangt vol met cannabis prullaria. Ik zou daar foto’s van maken om aan te tonen hoe achterhaald het A-criterium is. Mijn poster van vijf jaar geleden, met 220 voorpuien van Amsterdamse coffeeshops: die zou iedere week dat er weer een coffeeshop is gesloten door achterhaald beleid opnieuw uitgedraaid moeten worden. De coffeeshopbranche moet uit de kast komen!”

Bron: www.augustdeloor.nl
Geschreven door Derrick Bergman voor High Life Magazine, november 2017