Daar was hij dan, de Algemene Maatregel van Bestuur, ofwel ‘consultatie ontwerpbesluit experiment gesloten coffeeshopketen’ (AMvB). Het gaat nog niet om een definitieve versie, maar om een voorstel. Een eerste reactie vanuit de sector.

Even voor de duidelijkheid vooraf. Het wetsvoorstel “experiment gesloten coffeeshopketen” (ingediend op 12 juli 2018) regelt dat er een experiment komt met gereguleerde wiet. De wet bepaalt dat het experiment vier jaar duurt, wordt uitgevoerd in 6-10 gemeenten en een voorbereidingstijd en een afbouwperiode heeft. Over deze wet moet nog een debat plaatsvinden in de Tweede Kamer, waarin nog een paar dingen kunnen verschuiven. In de wet is bepaald dat de praktische uitwerking ervan in de AMvB wordt geregeld.

Reacties ondernemers

Het concept voor die AMvB kwam afgelopen maandag naar buiten. Al snel volgden de eerste reacties van ondernemers. Sommige wat afwachtend, andere negatief. De een uit het hart, een ander wat meer genuanceerd. Zomaar een greep uit de reacties:

“Ik zie geen invloed van de coffeeshop of ik lees er overheen.”

“Desastreus voor de branche. Personeel ontslaan.”

“Ik zie niet veel terug van waar we om gevraagd hebben.”

“Dit is geschreven door idioten zonder hersens.”

“Definitief is er nog niets besloten.”

“Liever vandaag dan morgen.”

Er klinkt niet veel vertrouwen uit een aantal van deze reacties. Er wordt niet aan alle eisen voldaan die de coffeeshops gezamenlijk stellen. Nou kun je natuurlijk van alles vragen en willen, maar de Stones zeiden het al: “You can’t always get what you want.” We zijn volwassenen ondernemers die snappen hoe je deals sluit.

Binnengehaald

Uit enkele reacties spreekt de vraag of het allemaal wel zin heeft dat de bonden zich bemoeien met de invulling van het experiment. Alsof het er allemaal niet toe doet omdat we toch allemaal het schip in gaan met dit experiment. Dat is een negatieve voorstelling van zaken. Maar laten we ook even focussen op wat er het afgelopen jaar wél binnen is gehaald.

Door ‘actief informeren’ van onze kant is de ‘informatieachterstand’ op het ministerie van Justitie en Veiligheid op het gebied van cannabis voor een deel ingelopen. Ook heeft de commissie Knottnerus op een aantal gebieden erg goed naar ons geluisterd. Dat leidde er bijvoorbeeld toe dat er in de experimentvoorstellen geen sprake meer is van een maximering van het percentage THC in de cannabis die in de coffeeshop mag worden verkocht.

Na aandringen op meerdere momenten is ook het begrip ‘variatie in aanbod’ binnen het experiment geen ‘main issue’ meer (hoewel de sector hier nog een allerlaatste slag wil maken). Wat er geteeld wordt is een kwestie van vraag en aanbod. De overheid stelt geen grenzen aan het aantal te telen soorten. Bij tien telers, die minimaal tien soorten moeten aanbieden bij de start van het experiment gaat het om 100 soorten voor de voorgestelde 54 coffeeshops die mee gaan doen. Is dat veel? Is dat weinig? Het is in ieder geval veel meer dan de 15 soorten in heel Nederland, waar we het een half jaar geleden nog over hadden. Over dat aantal telers willen de gezamenlijke bonden nog wel kwijt dat ze liever een AMvB zien waarin ‘minimaal tien telers’ een vergunning krijgen, in plaats van ‘maximaal tien telers’. Het is gewoon van belang dat er voldoende wiet variëteiten worden aangeboden om aan de marktvraag te voldoen door zoveel verschillende kwekers als daarvoor nodig zijn.

Daarbij hebben we als sector ruimte gekregen om als coöperatie een kweekvergunning aan te vragen.

Op verzoek van de sector kunnen coffeeshops nu inkopen bij de kweker van hun keuze, ze worden niet gedwongen om hun wiet af te nemen bij één kweker. Dat houdt in dat er voldoende ruimte blijft voor marktwerking en ondernemerschap.

We doen nog mee

Een ander belangrijk punt voor de sector is dat de 500 gram maximum handelsvoorraad binnen de experimentcoffeeshops van de baan is. Coffeeshops mogen een weekvoorraad gaan aanhouden. Daarbij mogen ze bij de teler nog een voorraad wiet in de kluis houden. Maar misschien wel het allerbelangrijkste punt dat de sector heeft binnengehaald betreft het voortbestaan van de coffeeshop. De coffeeshop wordt erkend als distributiepunt van legaal te produceren cannabis. Voorstellen van een lobby die vorig jaar werd ingezet door de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb om te gaan experimenteren met andere distributiesystemen dan coffeeshops vonden geen weerklank bij het ministerie. De coffeeshops zijn hierdoor meer dan voorheen verankerd in het bij de overheid toegelaten systeem van verkoop van cannabis. Het consulteren van coffeeshopondernemers door de commissie in het voorjaar, en de gespreksronden waarbij ondernemers spraken met ambtenaren die aan de AMvB werkten, getuigen daarvan. Het is voor het ministerie van Justitie en Veiligheid niet gebruikelijk om anderen dan politie, justitie en gemeenten te consulteren. Een aantal coffeeshopondernemers kijkt hier wat makkelijk overheen, maar ‘we doen nog mee’. En dat is niet helemaal vanzelfsprekend. We hadden hier nu een heel andere discussie gehad als de ambtenaren ook ruimte zouden laten voor experimenten in staatswinkels, apotheekverkoop (zoals in Uruguay) of verkoop uit wietautomaten. Of uit te gaan van Cannabis Social Clubs als enige gedoogde verkooppunten. Ook de CSC lobby lijkt een stille dood gestorven.

Misverstanden

In de eerste reacties van coffeeshopondernemers blijkt dat er bij coffeeshopondernemers een aantal misverstanden leeft ten aanzien van het experiment. Binnen Cannabis Connect proberen we die misverstanden zoveel mogelijk centraal de wereld uit te helpen. Via deze site bijvoorbeeld. Hieronder enkele van die misverstanden:

Joints

‘Er mogen in het experiment geen voorgedraaide joints worden verkocht’, is een van de conclusies die enkele ondernemers trekken na het lezen van de AMvB. Dat staat nergens. De wiet moet voorverpakt worden aangeleverd, staat in de AMvB. Dat zou kunnen betekenen dat de producent joints mag aanbieden die vervolgens worden voorverpakt en door de coffeeshop kunnen worden aangeboden. Hierover willen we als Cannabis Connect nog duidelijkheid hebben.

Verpakkingen

‘We kunnen alleen maar in de door de producent aangeleverde verzegelde grams-verpakkingen verkopen’. In de AMvB staat niets over de hoeveelheden wiet in de voorverpakte zakjes. Het is een kwestie van vraag en aanbod. Als de coffeeshop zakjes van een, twee, drie, vier, vijf gram en van 10, 15, 20 euro wil moet die bestelling worden gedaan bij de producent. Mogelijk wordt dit wel een logistieke uitdaging, omdat je dan vrij nauwkeurig van tevoren moet inschatten hoeveel pakjes je van een bepaalde hoeveelheid nodig hebt. Als het over verpakkingen gaat mag er best wel een beroep worden gedaan op de creativiteit van de sector. Je zou bijvoorbeeld kunnen afspreken om de producent de mooie toppen te laten verpakken en te verzegelen, net zoals de slager of kaasboer ook een mooi stuk vlees/kaas afweegt en afrekent. Ook die mogelijkheid wil Cannabis Connect nog aankaarten, net als de mogelijkheden om de wiet te kunnen voelen en ruiken. Het gaat erom dat de consument iets te kiezen wil hebben en dat een deel van de consumenten de wiet eerst wil zien en ruiken voordat zij een zakje uitzoeken…

Personeel

‘Ik moet bij deze voorstellen een deel van mijn personeel ontslaan. Jointrollers, chauffeurs, inpakkers.’ Ja dat is misschien zo. Maar we zijn toch ondernemers? Voor alle ondernemers in heel Nederland geldt dat een nieuwe wetgeving of een nieuwe situatie leidt tot het overbodig worden van personeel. Dat kan. Dat is niet leuk, zeker niet als je als werkgever een band hebt opgebouwd met een medewerker. Maar het hoort bij ondernemen om je bedrijfsprocessen te optimaliseren en aan te passen aan veranderende omstandigheden. Het telraam is inmiddels ook vervangen door een rekenmachientje, of een kassasysteem. De wiet en de koffie worden niet meer aangevoerd op de rug van ezeltjes. Het wezen van het ondernemen bestaat er meestal niet uit om je personeel aan het werk te houden... Aan de andere kant: de producent is waarschijnlijk op zoek naar goede werkkrachten.

Vier jaar

In de AMvB staat dat het experiment wel eens binnen de vier jaar kan worden stopgezet. Dat klopt niet. Het experiment duurt vier jaar. Dat is in de Experimentwet gesloten coffeeshopketen geregeld. Maar als er in een bepaalde experimentgemeente een onvoorziene situatie ontstaat, dan kan de burgemeester met artikel 34b in zijn hand een einde maken aan het experiment.

Iedere gemeente die deelneemt heeft zijn eigen teler. Dat is dus niet zo. Coffeeshops mogen zelf bepalen bij welke telers (die aan het experiment deelnemen) ze hun wiet inkopen.

Er wordt niets gezegd over de coffeeshops in de gemeenten die niet meedoen aan het experiment (bijvoorbeeld over handelsvoorraad, testen, etc). Het is logisch dat dat niet in deze AMvB staat. Daarin wordt immers het experiment geregeld en niet wat er buiten dat experiment gebeurt. Natuurlijk moet de sector blijven lobbyen voor een ruimere handelsvoorraad en de mogelijkheid om te testen.

Pijnpunten

Er zijn naast de in dit artikel al genoemde punten nog enkele belangrijke punten waar we als sector voor moeten blijven knokken:

Het Ingezetenen-criterium moet uit het experiment. In het grootste deel van de coffeeshopgemeenten wordt dit criterium niet gehandhaafd. In een gemeente als Nijmegen, Eindhoven of Amsterdam zou (her)invoering van dit criterium desastreuze gevolgen kunnen hebben. Het al dan niet invoeren van dit criterium moet worden overgelaten aan de gemeente. Lokaal maatwerk, heet zoiets. Daarbij is het vanuit wetenschappelijk oogpunt (monitoren effecten) een zeer slecht idee om het ingezetenencriterium te gaan handhaven in gemeenten waar dit daarvoor niet gebeurde. Zo’n nieuwe situatie vertroebelt het experiment.

Hasj uit Marokko is goed voor 25% van de verkoop in coffeeshops. Deze hasj is in heel Nederland goed verkrijgbaar, zowel in als buiten coffeeshops. Als de coffeeshops deze hasj niet meer kunnen aanbieden, lopen consumenten zonder problemen over naar de illegale aanbieders. Het zal lange tijd duren voordat de telers nederhasj kunnen leveren die van de gewenste kwaliteit is. Daarom zou gedurende een overgangsperiode van enkele jaren de Marokkaanse hasj moeten worden toegestaan in de experimentcoffeeshops.

Het experiment staat ook geen edibles en extracties toe. Dit is een gemiste kans, zeker in het licht van de anti-rook campagne die de overheid heeft ingezet.

De ‘clean sweep’ waarmee het experiment moet beginnen blijft een heikel punt. Het in een keer overstappen van een illegaal naar een gereguleerd aanbod zorgt voor onnodige onrust bij consumenten en voor logistieke problemen.

Ook over de afbouw van het experiment zijn zorgen. Dit experiment moet na verloop van tijd overgaan in een werkbare situatie voor alle coffeeshops in heel Nederland. De sector vindt nog steeds dat het experiment daarom zou moeten beginnen met de ‘willing’. Deelname aan het experiment moet niet verplicht zijn. Het experiment moet in fases worden ingevoerd zodat steeds meer coffeeshops in Nederland gereguleerde wiet gaan verkopen.

Het transport van de cannabis moet volgens de AMvB worden geregeld via particuliere geld- en waarde transportbedrijven die over een vergunning beschikken op grond van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. Dat is vrij duur en het ‘verraadt’ onnodig het ritme van de coffeeshop (wanneer is de buit voor een overvaller het grootst?). Het lijkt niet moeilijk om daarvoor goedkopere en veiligere alternatieven te vinden.

Route Leeuwarden

‘Moeten we wel meedoen?’ Vragen ondernemers zich af. Het is aan eenieder om daar een verstandige beslissing over te nemen. Je kunt in een gemeente waarin het experiment gaat plaatsvinden natuurlijk besluiten om niet mee te doen en je coffeeshop te laten voor wat hij is.

Voor coffeeshops die niet mee willen doen aan het experiment is er een chique uitweg, de ‘Route Leeuwarden’. In de hoofdstad van Friesland heeft de burgemeester in goed overleg met de coffeeshops besloten om af te zien van deelname aan het experiment. Gemeenten kunnen zich volgend jaar aanmelden om mee te doen aan het experiment, ze zijn daartoe niet verplicht. Als de coffeeshops in een gemeente niet willen deelnemen aan het experiment kunnen ze dus via de burgemeester en de gemeenteraad kiezen voor een ‘gulden uitweg’. Dat kan natuurlijk alleen maar als de coffeeshops in een gemeente hebben geïnvesteerd in een goede samenwerking met de burgemeester. Bedenk dat er best een aantal coffeeshops zijn die wel graag meedoen aan het experiment. Het is niet collegiaal om ze de kans te ontnemen om wel deel te nemen aan het experiment.

Wat er ook gebeurt: Vroeg of laat stapt Nederland over naar een regulering of legalisering. En daarbij zijn coffeeshops waarschijnlijk toegestaan. Maar of alle coffeeshops in hun huidige vorm zullen voldoen aan de eisen die een legale of gereguleerde cannabismarkt met zich meebrengen is de vraag. Ondernemers moeten daarom nu nadenken over hun coffeeshop van de toekomst.

Op woensdag 12 december is er een Cannabis Connect Ondernemersdag in Utrecht. Als je actief betrokken wilt blijven bij de ontwikkelingen meld je je aan via info@cannabisconnect.org. Meer informatie over deze dag volgt binnenkort.

Redactie BCD, 15 november 2018