Heel goed, de discussie die wordt aangezwengeld in uw artikelenserie ‘De stad waar alles kan’ (Het Parool, 8 september e.v.). Amsterdam heeft inderdaad te maken met het luxeprobleem door zoveel mensen in het buitenland geliefd te zijn.

Het zou (ook economisch) een weldaad zijn als die liefde breder over de stad zou kunnen worden verspreid. Maar voor zover het debat over de ‘horden’ van het massatoerisme culmineert in een roep om sluiting van (nog meer) coffeeshops is het toch nuttig uit te gaan van feiten en cijfers en niet van emoties. In Amsterdam liep het aantal coffeeshops drastisch terug. In 1993 waren er meer dan 400 coffeeshops. Dit aantal liep terug van 283 in het jaar 2000, via 222 in 2011 naar 174 eind 2015 (oftewel een daling van 39%). Momenteel zijn er nog 164 coffeeshops. Die daling vond vooral plaats in stadsdeel Centrum, waar in het kader van de 1012-aanpak van toenmalig PvdA-wethouder Asscher de ene na de andere coffeeshop werd dichtgetimmerd. Asscher beloofde destijds dat deze gedwongen sluitingen het woon- en leefklimaat ten goede zou komen.

Onderzoek

In hun rapport Waterbed, drukte en overlast - effecten Sluitingsbeleid Coffeeshops in Amsterdam-Centrumuit 2016 brachten de UvA- criminologen Dirk J. Korf, Nienke Liebregts en Ton Nabben de effecten van deze sluitingsgolf in kaart. De klandizie van de resterende coffeeshops groeide zo explosief dat ze geen plek meer hadden hun klanten op te vangen. Ze veranderden in afhaalloketten. De drukte verplaatste zich naar de straat. Veel van de problemen waar de bewoners van de Wallen nu over klagen zijn veroorzaakt door het ondoordachte sluitingsbeleid van het toenmalige PvdA-bestuur. Amsterdam heeft niet minder coffeeshops nodig, maar meer.

Joachim Helms

Voorzitter Bond van Cannabis Detaillisten (BCD), Amsterdam

Ingezonden brief aan Parool. Geplaatst op 18 september door de redactie van het Parool.