Het wietexperiment kan onmogelijk worden afgebroken na een periode van vier jaar, weet iedereen met enige kennis van zaken over de cannabissector. Er is geen weg terug als het wietexperiment is ingezet. Afbreken leidt tot een grote zwarte markt, chaos en onveiligheid op straat.

Zes jaar geleden voerde de overheid ook al een soort experiment uit in de cannabissector: de invoering Ingezetenen criterium en het Besloten-club criterium. Dat leverde schokkende tv-beelden op uit het zuiden van het land: Opgestoken middelvingers van straatdealers naar de politieauto die iets verderop rijdt. Straatjochies die opscheppen dat ze per dag een maandsalaris verdienen met wietverkoop op straat aan buitenlanders. Een jongen met een hoodie die stoer in de camera roept dat hij alles verkoopt aan iedereen: ‘Ik verkoop wiet, pillen, cocaïne, en ik vraag niet naar je paspoort!’ Een tv-kanaal noemt Maastricht zelfs een heuse ‘vrijstaat van drugsdealers’.

Mislukt

De beelden zijn opgenomen in de dagen na 1 mei 2012. Ivo Opstelten, minister voor Justitie & Veiligheid, heeft dan net de wietpas ingevoerd in de drie zuidelijke provincies. Het is de bedoeling dat de wietpas ervoor zorgt dat buitenlanders niet meer naar Nederland komen om hasj of wiet te kopen in coffeeshops. Dat veroorzaakt (parkeer)overlast rondom de coffeeshops in grensplaatsen als Maastricht. Veel deskundigen waarschuwen de minister in de maanden voor de invoering om het vooral niet te doen, maar Opstelten houdt voet bij stuk. Het experiment met de wietpas moet op 1 januari 2013 over heel Nederland worden uitgerold. Althans dat is dan nog het plan. Het zal anders lopen. Als in november 2012 blijkt hoe desastreus de gevolgen van de invoering van de wietpas zijn geweest in de zuidelijke provincies, trekt de minister zijn plan voor de landelijke invoering ervan in.

Fiasco’s

De invoering van de wietpas zorgt ervoor dat coffeeshoptoeristen hun wiet niet meer in de coffeeshop kopen. Maar ze weten de weg naar Nederlandse wiet nog steeds te vinden. Een groot aantal straatdealers en drugsrunners neemt de verkoop aan buitenlanders over. Eigenlijk is dit voor de toeristen wel zo praktisch. Ze kunnen bij de straatdealer ook voor wat grotere hoeveelheden dan 5 gram terecht en ook een jeugdige leeftijd is op straat geen probleem.

De coffeeshops in de zuidelijke provincies komen door de wietpas in zwaar weer terecht. Naast de buitenlanders blijven namelijk ook veel Nederlandse cannabisconsumenten weg bij de coffeeshops. De straathandel tiert welig. De overlast en criminaliteit nemen toe, de veiligheid neemt af. De wiet is geheel niet meer traceerbaar en naast wiet en hasj worden op straat alle drugs verkocht die het jeugdige puberbrein maar bij elkaar kan verzinnen. De invoering van de wietpas blijkt geen succes.

Een op de acht inwoners van Roosendaal heeft in 2016 overlast ervaren van drugsgebruik of drugshandel in de buurt, volgens de Veiligheidsmonitor van het CBS (juli 2017). Daarmee is Roosendaal de Nederlandse gemeente met de meeste drugsoverlast van Nederland. Voor de duidelijkheid: In Roosendaal zijn de vier coffeeshops die er ooit waren in 2009 gesloten, om de overlast te verminderen. Een duidelijk geval van: operatie mislukt, patiënt overleden.

De fiasco’s in Roosendaal en de invoering van de wietpas waren van tevoren voorspeld. Het sluiten van coffeeshops of het opwerpen van extra hindernissen voor coffeeshops leidt tot meer gedoe op straat, hoezeer sommige politici ook het tegenovergestelde willen geloven.

Opnieuw chaos

Dit soort chaos wordt nu opnieuw voorspeld als het experiment na vier jaar zou worden afgebroken. Het idee van een eindig wietexperiment is een gotspe. Eerst kunnen consumenten vier jaar bij de coffeeshop terecht voor veilige wiet met een bekende samenstelling, getest op pesticiden en giftige productverzwaringsmiddelen. Daarbij neemt de coffeeshop afscheid van zijn bestaande netwerk van producenten. En na vier jaar wordt die situatie teruggedraaid en verkoopt de coffeeshop weer wiet van… ja van wie eigenlijk? Want de gereguleerde producent is tijdelijk of voorgoed op vakantie gestuurd, en van het bestaande wiettelers blijven alleen de ‘jongens’ over met wie je liever geen zaken wil doen. Het zijn de criminelen die ook de straatdealers en drugsrunners aansturen. De coffeeshops die meedoen aan een eindig experiment weten dat ze na het experiment alleen nog slechte wiet kunnen verkopen, als ze al aan wiet kunnen komen. Het afbreken van het experiment betekent in wezen het failliet van de coffeeshops en de producenten die hebben meegedaan aan het experiment.

Ziek

Tom Decorte, hoogleraar criminologie in Gent noemde het idee van een eindig experiment onlangs tijdens een ‘achterdeur’-seminar van het CIROC (Centre for Information and Research on Organised Crime) onverstandig: “Zoiets verzint alleen een ‘Hollander’ Eerst maak je de patiënt beter, en daarna maak je hem weer ziek.”

CIROC-spreekster en onderzoekster van de Utrecht University Nicole Maalsté kwam met een alternatief scenario: “Je kunt het wietexperiment niet laten stoppen. Met de start van het experiment zet je een onomkeerbaar proces in werking. Het is reëler om de experimentperiode van vier jaar te gebruiken om de verkoop van gereguleerde wiet en hasj gefaseerd in te voeren.” Bij deze gefaseerde invoering gaan steeds meer coffeeshops in heel Nederland geleidelijk over op het aanbieden van gereguleerde wiet die is voorzien van een etiket. In eerste instantie wordt die gereguleerde wiet in de shops aangeboden naast het ‘oude assortiment’. Door het proces continu te monitoren kun je tijdig bijsturen. Zo zal de overgang van de illegale naar een gereguleerde aanvoer van cannabis soepel verlopen. Zo krijgen drugsrunners en straatverkopers geen kans om de markt over te nemen en kunnen we nieuwe tv-beelden als eerder in dit artikel omschreven vermijden.

In het Position paper van Cannabis Connect staat het alternatief waar Maalsté het over heeft wat uitvoeriger omschreven.

https://www.youtube.com/watch?v=3SjhfhR2Gug&feature=relmfu