Rotterdam wil de aangekondigde proef met door de overheid gereguleerde wietteelt uitbreiden. Ook de distributie moet anders worden geregeld, vindt burgemeester Ahmed Aboutaleb, bijvoorbeeld via internet of 'joint-automaten'. Als dat lukt, kunnen coffeeshops de deuren sluiten. Rotterdam wil graag meedoen aan het experiment met gereguleerde wietteelt in een aantal steden. De gemeente had al een plan ingediend bij toenmalig minister Opstelten van Veiligheid en Justitie. 

Geen drugstoeristen

Rotterdam telt momenteel 34 coffeeshops, wat ongeveer voldoende is om aan de vraag uit de stad zelf te voldoen. Over enkele jaren zou dat aantal nog iets kunnen groeien omdat naar verwachting het cannabisgebruik licht stijgt. Aboutaleb wil het aantal coffeeshops bepalen op basis van de vraag van Rotterdamse cannabisgebruikers. Meer coffeeshops toestaan om toeristen te trekken, is volgens hem niet aan de orde. "Ik wil niet bekend staan als de plek in Europa waar je heen kunt gaan voor je stuff. Dat is precies waarvan Amsterdam probeert af te komen."

Aboutaleb ziet in de proef met gereguleerde wietteelt ook een mogelijkheid om van de coffeeshops af te komen. De legaal geteelde cannabis moet dan niet geleverd worden aan de coffeeshops, maar op een andere manier bij de klanten terechtkomen. "Ik wil onderzoek naar de vraag of de coffeeshops nog wel aangewezen zijn om het spul bij de klanten te krijgen", zegt Aboutaleb.
Maar juist het sociale aspect van een coffeeshop is belangrijk, zegt Joachim Helms van de brancheorganisatie van coffeeshop-ondernemers: "Een coffeeshop is bedoeld om een veilige omgeving te creëren. Er is interactie met personeel dat goed is opgeleid. We zitten in de haarvaten van de maatschappij."

Staatswinkels

Volgens de burgemeester zijn er verschillende alternatieven denkbaar voor de coffeeshops, van staatswinkels zoals er in sommige landen voor alcohol zijn, tot speciale stichtingen. De softdrugs kunnen via internet worden besteld of worden afgehaald bij een apparaat zoals apotheken soms hebben voor herhaalrecepten. 

Myranda Bruin, eigenaar van Coffeeshop 1-2-3 en bestuurslid van koepelorganisatie PCN, is fel tegen dat voornemen: "Een apparaat geeft geen voorlichting. Zelfs apotheken zijn verplicht om voorlichting te geven." Volgens Bruin is er bovendien nauwelijks vraag naar het kopen van softdrugs uit een machine: "Vraag het de consumenten: mensen willen hasj en wiet zien en ruiken, dat kopen ze niet ongezien uit een machine." 

"Buitengewoon zuur" vindt advocaat Ilonka Kamans het bovendien dat coffeeshops geen plek hebben in het plan van Aboutaleb. Volgens de advocaat, die naar eigen zeggen al jaren veel coffeeshops vertegenwoordigt, drukt Aboutaleb coffeeshophouders zo de criminaliteit in. "Rotterdamse coffeeshopondernemers liggen al jarenlang in de spagaat van levering van wiet via de achterdeur. Dan komt er eindelijk een oplossing, maar mogen de coffeeshophouders daar niet aan meedoen."

Toezicht

Verslavingsexperts van Jellinek vinden het niet persé nodig dat hasj en wiet in de coffeeshop worden verkocht, zolang er toezicht op de verkoop is. Volgens de kliniek moet iemand voorlichting kunnen geven of signaleren als het niet goed gaat met iemand die cannabis gebruikt. Verkoop via internet of via een (anonieme) automaat, vinden ze daarom geen goed idee. 

Wat de uitkomst ook wordt, de kans is groot dat dit het einde betekent van de huidige coffeeshops, bevestigt Aboutaleb. De burgemeester worstelt met het fenomeen coffeeshops. "De coffeeshops kosten veel politiecapaciteit. Bij een aantal coffeeshops is sprake van 'criminogene factoren'", aldus Aboutaleb, ofwel factoren die misdaad in de hand werken.

Bron: nos.nl